Vertrouwen is goed!26 januari 2010
De afgelopen week was ik bij twee zeer interessante bijeenkomsten. Het slotsymposium van de MD-klas burgerambtenaren defensie met het thema: Onder dak bij defensie – leiding geven in twee werelden en de commando-overdracht C-ZSK. Twee evenementen die op zich weinig gemeenschappelijks lijken te hebben, maar toch een grote verbondenheid vertoonden. Bij beide evenementen werd namelijk ruim aandacht besteed aan de mens in de organisatie, de (militaire) professional en in het bijzonder het vertrouwen dat de leiding van de defensieorganisatie stelt en terecht kan stellen in het personeel. De uitspraak ‘vertrouwen is goed, controle is beter’ wordt aan Joseph Stalin toegeschreven, maar ik heb deze uitspraak ook in mijn eigen loopbaan iets teveel gehoord om te geloven dat tegelijk met zijn overlijden ook dit gedachtegoed ten grave is gedragen. Het besturingsmodel van defensie gaat uit van een strikte scheiding van uitvoering en beleid. ‘Den Haag’ maakt direct toepasbaar beleid dat vanuit het Plein 4 over de defensieorganisatie wordt uitgestrooid en waarmee de sergeant op de kazerne of aan boord direct zijn dagelijkse werkzaamheden kan uitvoeren. Deze centralistische aanpak geeft in Den Haag een groot, maar misplaatst gevoel van ‘in control’ zijn. Tegelijkertijd ontstaat bij de operationele commando’s – die de punt van de speer vormen, het primaire product van defensie leveren en daarmee het bestaansrecht zijn van de Haagse organisatie - een groot gevoel van onvrede, omdat de werkzaamheden maar moeilijk zijn in te richten naar de dagelijkse praktijk. Daarnaast kost deze bureaucratie enorm veel geld en steeds meer geld! Een overzicht van de defensiebegrotingen van de jaren 2002-2010 laat zien dat de toename van de defensiebegroting opgegaan is aan de stijgende kosten van de besturing en de niet-operationele ondersteuning, niet voor het scherper maken van de punt van de speer. Geven we het geld dan uit aan de juiste dingen? In het operatiegebied en aan boord schenken we elkaar terecht het vertrouwen waarop onze militaire samenleving is gegrondvest. Ik moet er immers zonder meer vanuit kunnen gaan dat mijn collega’s hun vak verstaan en dat zij hun taken professioneel uitvoeren. Dezelfde militair wordt bij terugkeer in de Nederlandse bureaucratische defensieorganisatie geconfronteerd met een geïnstitutionaliseerd wantrouwen, vertaald in van bovenaf opgelegde bedrijfsprocessen, een gigantische, verstikkende bureaucratie en een controletoren waar je ‘u’ tegen zegt. Het gaat in een organisatie juist wél om vertrouwen schenken. Ook de CDS zei op het MD-symposium terecht dat vertrouwen geschonken moet worden, niet verdiend. Zo moeten professionals met elkaar omgaan. Dat wil niet zeggen dat er achteraf geen verantwoording behoeft te worden afgelegd, integendeel, het gaat uiteindelijk om belastinggeld. Maar wanneer we over en weer contracten en convenanten met elkaar afsluiten en daar omheen een immense en kostbare controletoren opbouwen om, ook nog bij voorkeur vooraf, vast te stellen dat het vertrouwen niet wordt beschaamd, dan is er sprake van Stalinistisch trekjes. Dat is - op zijn zachtst gezegd – jammer en onbevredigend!
Uw voorzitter |
| [ HOME ] |
| © 2010 - Koninklijke Vereniging van Marineofficieren - KVMO |
| KVMO | Koninklijke Vereniging van Marineofficieren Wassenaarseweg 2b 2596 CH Den Haag |
|