Leiderschap onder niet-operationele omstandigheden
20 mei 2010
Op mijn vorige weblog kreeg ik diverse reacties, zowel positief als negatief. Mijn intentie is nooit om op de persoon te spelen, dat is unfair en zou ik in een een-op-een gesprek doen. Neen, met mijn opmerking ‘de vis begint te stinken aan de kop’ bedoelde ik dat zowel de leider als zijn omgeving ervoor verantwoordelijk zijn dat er integer wordt gehandeld. Officieren en andere leidinggevenden die hun hoofd wegdraaien wanneer er iets (zelfs schijnbaar) onoorbaars gebeurt en het niet ter discussie stellen, zijn net zo schuldig als degene die het feit – al dan niet bewust - pleegt. Vanuit mijn loopbaan heb ik voorbeelden te over van leidinggevenden die dingen deden of nalieten en wanneer zij daar op werden aangesproken, bewust anders gingen handelen. Normvervaging is namelijk een proces waarin het gedrag van een groep mensen geleidelijk en voor betrokkenen zelf soms ongemerkt, onacceptabel wordt. Je hebt dan een omgeving nodig die je daar op wijst. Dat gaat natuurlijk niet altijd zonder slag of stoot, maar een ding is zeker: wanneer je de mond houdt, verandert er zeker niets. Datzelfde geldt voor de afbrokkelende samenhang, het gebrek aan integrale verantwoordelijkheid; te vaak hoor ik: 'Daar ben ik toch niet meer van'. Juist in deze tijd van forse bezuinigingen waarbij er naast grote ook allerlei kleine maar uiterst irritante bezuinigingen worden doorgevoerd, is het een ieders plicht om er mede voor te zorgen dat hun chef, baas, commandant en wat dies meer zij, niet in valkuilen trapt. Natuurlijk moeten onze leiders ook zelf tweemaal nadenken over wat zij doen en hoe dit landt, maar daar mogen zij nooit alleen in staan. Bezuinigen is zeker niet makkelijk en de uitdaging wordt vergroot doordat de speelruimte om te bezuinigen vaak veel kleiner is dan wellicht wordt verwacht. Wanneer een willekeurige eenheid wordt gekort met 10% van het totale budget, is de manoeuvreerruimte om te bezuinigen door salariskosten en andere langlopende verplichtingen natuurlijk vele malen kleiner dan 10% van 100%. Bij 60% P-kosten volgt dat in de resterende 40% al een kwart moet worden gesneden, om 10% van het totaalbudget te vinden. Leiders hebben de plicht ‘leiderschap onder niet-operationele omstandigheden’ te tonen. Hans Wiegel zei in 2008 al: 'Crisistijd vraagt om crisisleiders. Bij crisis blijkt wat leiderschap waard is.' Onze leiders zullen óp de zeepkist moeten, om open en goed aan de zaal uit te leggen waarom de diverse bezuinigingen zo moeten neerdalen. Zij moeten zich ook openstellen voor kritiek. Zo toon je betrokkenheid bij het personeel, wek je vertrouwen en draag je bij aan teambuilding, ook onder zware (bezuinigings)omstandigheden. Het interview in de Defensiekrant met de directeur bedrijven DMO en de directeur aansturing operationele gereedheid (Materieelexploitatie vraagt om ‘permanente dijkbewaking’) is een mooi voorbeeld van het probleem goed en open naar voren te brengen. Verzwijg de problemen niet, benoem ze, erken dat dingen niet altijd goed lopen, maak het niet mooier dan het is en leg de keuzes uit. Dergelijke openheid voorkomt dat een sfeer ontstaat van roddel en achterklap, dat we het bij de koffie en aan de bar verschrikkelijk met elkaar eens zijn dat het zó niet verder kan, maar dat dit niet meer wordt uitgesproken richting de leiding. Alleen dan blijft de vis vers.
Uw voorzitter |
| [ HOME ] |
| © 2010 - Koninklijke Vereniging van Marineofficieren - KVMO |
| KVMO | Koninklijke Vereniging van Marineofficieren Wassenaarseweg 2b 2596 CH Den Haag |
|