OZP

24 augustus 2010

Voor KIM-officieren een bekende AFKO, voor alle anderen: OZP staat voor ‘officier zonder ponjaard’. Een kreet waarmee een waterscheiding wordt aangegeven: OZP’ers zijn officieren die op een andere manier dan via de officiersvorming bij het Koninklijk Instituut voor de Marine zijn ingestroomd. OZP’ers zijn dus niet ‘gevormd’. Dat heeft velen overigens in het geheel niet belemmerd een glanzende carrière te doorlopen (tot en met vlagofficier) en een meer dan uitstekende bijdrage te leveren aan het product van de Koninklijke Marine, veiligheid op en vanuit zee.

Enige jaren geleden is de wijze van kledingverstrekking defensiebreed geharmoniseerd; waar KL en KLu veel kledingstukken in bruikleen kregen, waren deze bij de KM in eigendom. Ook hier bleek de harmonisatie weer een vergroening tot gevolg te hebben: de KM werd in de bruikleensystematiek van de KL geperst, zonder dat de vraag is gesteld wat nu uiteindelijk de ‘best practice’ is. De personele reductie bij het afschaffen van de kledingverkoopplaatsen wordt nu in ieder geval weer teruggedraaid, om de bruikleenverstrekkingen te kunnen beheren, maar dat terzijde.

Ook het adelborstenbaadje en de ponjaard vallen onder de bruikleensystematiek. Indachtig die lijn heeft de KIM-leiding, gegeven de financiële problematiek bij Defensie, besloten dat ook de ponjaard na de benoeming tot officier moet worden ingeleverd en niet meer mag worden behouden als memento aan de periode aan het KIM. Daarbij is de ponjaard een wapen in de zin van de Nederlandse wapenwetgeving en deze mag derhalve niet zomaar worden weggegeven. Rationeel is op het besluit van de KIM-leiding dan ook niets af te dingen: het is een wapen dat in bruikleen wordt verstrekt en aan die bruikleenrelatie komt bij vertrek van het KIM (tussentijds of als jonge officier) een einde.

Tradities zijn echter vaak niet (meer) rationeel, maar dragen wel bij aan groepsvorming en -binding. Het laten behouden van de ponjaard na de benoeming is zo’n gegroeid gebruik en daarmee een traditie waarmee omzichtig moet worden omgegaan – er is immers al zoveel geslachtofferd op het altaar van de afgod efficiëntie.

Er zijn allerlei ‘work arounds’ denkbaar voor het behouden van de ponjaard als aandenken aan de KIM-opleiding zonder dat dit ten laste komt van de wederom zwaar onder druk staande defensiebegroting – met het salaris dat adelborsten tegenwoordig krijgen is de persoonlijke aanschaf van de ponjaard gemakkelijk te betalen. Een en ander zou zelfs kunnen worden geïnstitutionaliseerd door de aanschaf vanuit de Senaatsgelden te financieren. De adelborst ‘krijgt’ de ponjaard dan in eigendom, uit handen van de president van de Senaat.

Maar je kunt je ook afvragen of dergelijke tradities niet een verkeerd signaal afgeven.
Of zijn we anno 2010 nog steeds echt van mening dat een ‘ponjaarddragende officier’ per definitie een betere bijdrage levert aan het product van de Koninklijke Marine dan officieren met een andere achtergrond? We staan toch gezamenlijk voor dat eindproduct? Daarbij komt dat, op de keper beschouwd, alle officieren ‘officieren zonder ponjaard’ zijn; officieren dragen immers een sabel.

Uw voorzitter

Reageren? voorzitter@kvmo.nl


[ HOME ]

© 2010 - Koninklijke Vereniging van Marineofficieren - KVMO
webdesign: Fur Data | Fur Group

KVMO | Koninklijke Vereniging van Marineofficieren
Wassenaarseweg 2b
2596 CH  Den Haag
Telefoon :
Fax :
E-mail :
Internet :
070 - 38 39 504
070 - 38 35 911
info@kvmo.nl
www.kvmo.nl