Per 1 mei 2018 eindigt de Anw-compensatieregeling zoals die na 1 januari 2018 tot 1 mei 2018 als overgangsmaatregel nog is voortgezet door het ABP. Dat betekent dat bij overlijden van de ABP verzekerde vanaf 1 mei 2018, de partner die niet in aanmerking komt voor een ANW-uitkering van de overheid, nu ook geen Anw-compensatie van het ABP meer krijgt. Defensie biedt nu dus een alternatief voor het vervallen van deze Anw-compensatie.

Waarom deze verzekering
Bij het laten vervallen van deze regeling uit het ABP-pensioenreglement voor de hele overheid is afgesproken dat er per sector kan worden afgesproken dat er een Anw-hiaatverzekering voor in de plaats kan komen. Voor sommige ambtenaren in bepaalde situaties kan het vervallen van de Anw-compensatie leiden tot een moeilijke financiële situatie. In de sector Defensie hebben sociale partners daarom afgesproken defensiemedewerkers de mogelijkheid te geven mee te doen aan een zgn. semicollectieve Anw-hiaatverzekering, af te sluiten bij de verzekeraar Loyalis. Het gaat dan om actieve werknemers, militairen én burgermedewerkers en om militairen b.d. in de UKW-periode. Het gaat dus om een keuze, u bent niet verplicht om mee te doen.

Waarom Loyalis
Sociale partners kwamen tot de keuze Loyalis omdat de verzekering bij tijdige aanmelding geen medisch acceptatietraject kent, omdat er geen uitsluitingsbepalingen over oorlogsrisico en molest bestaan en omdat de uitkering altijd doorloopt tot op de in de toekomst geldende AOW-gerechtigde leeftijd. Er geldt geen uitsluiting als een burger wordt uitgezonden als militair en er geldt ook geen Carenz periode waarin uitbetaling wordt uitgesloten als de defensiemedewerker bijv. binnen een jaar na afsluiten verzekering komt te overlijden. Bovendien worden de militairen met UKW onder dezelfde voorwaarden meegenomen.

De individuele verzekering
Het bleek niet mogelijk om deze semicollectieve Anw-hiaatverzekering ook aan te bieden aan gepensioneerden en aan ex-defensiemedewerkers met een defensie uitkering vanwege het ontbreken van een actuele relatie met de werkgever Defensie (uitgezonderd de UKW-ers). Deze mensen zijn aangewezen op een individuele Anw-hiaatverzekering die ook bij Loyalis kan worden afgesloten.

Wel of niet verzekeren
Wel of niet verzekeren van het eventuele Anw-hiaat hangt af van ieders persoonlijke wensen en omstandigheden. Misschien bent u al voldoende verzekerd en/of heeft u geen aanvullende financiële verzekering nodig. Het is onmogelijk een eensluidend advies te geven omdat dit afhankelijk is van uw individuele omstandigheden. Voor de oudere en voor de gepensioneerde defensiemedewerker met (veel) dienstjaren voor 1996 bestaat er de zgn. Anw-aanvulling. Dit is een aanvulling op het nabestaandenpensioen die tot uitkering komt zo gauw de Anw-compensatie komt te vervallen, dus vanaf 1 mei 2018. Die Anw-aanvulling is er voor zowel de burger als de militair.

GOV|MHB
Een aantal elementen waren voor GOV|MHB van belang. Allereerst was het het uitgangspunt voor ons om bij een vervangend product uit te gaan van een verplicht collectief karakter van de regeling. Enerzijds omdat hierdoor de premie (alle werknemers en de werkgever betalen dan mee) aanzienlijk lager is dan een vrijwillige semicollectieve regeling. Anderzijds vanwege de hoeveelheid en complexiteit van factoren die u moet afwegen om vast te stellen of een vervangend product voor de Anw-compensatie benodigd is. In plaats van te moeten oordelen of een dergelijke verzekering nu of in de toekomst benodigd is, zou een verplicht collectief product naar inzicht van de GOV|MHB, een beter alternatief zijn geweest. Een andere optie zou een product met eveneens een verplicht karakter met een duur van vier of vijf jaar zijn geweest , zodat de deelnemer de tijd heeft om zich voor te bereiden op op een andere inkomenssituatie en eventueel de vrijwillige regeling. De solidariteit die daarmee wordt gegarandeerd prevaleerde voor ons boven het feit dat niet iedereen gebruik mag of kan maken van de uitkering die voortvloeit uit het vervangende product. Bovendien kende de huidige regeling dezelfde solidariteit.

Het tweede element betreft de structurele vrijval van het werkgeversdeel van de premie voor de huidige Anw-compensatieregeling. Defensie heeft dit niet in het vervangend product willen verwerken, maar stelde voor om de vrijval te betrekken bij het overleg over de arbeidsvoorwaarden. Wij zouden graag zien dat de vrijval direct ten goede komt aan de salarisontwikkeling van de militairen. Dit zal wat deze vrijval betreft dan ook ons standpunt worden in het overleg over de arbeidsvoorwaarden.

Het voorstel van Defensie is dus vanwege het vrijwillige karakter en de bestemming van de premievrijval niet hetgeen wij ons als vervangend product hadden voorgesteld. De huidige regeling is echter na een eerdere verlenging maar tot 1 mei 2018 van kracht. Daarom is het in ons aller belang en vooral voor het defensiepersoneel om vanaf deze datum over een vervangend product te kunnen beschikken. Deze tijdsdruk en het diepgaande verschil met andere partijen over het al of niet collectief verzekeren heeft uiteindelijk ertoe geleid dat de GOV|MHB heeft ingestemd met het voorstel.

Hoe kan ik me verzekeren?
Defensie komt op het Intranet met informatie. Later ontvangen de actieve defensiemedewerkers alle informatie over hoe u zich kunt aanmelden voor de Anw-hiaatverzekering via een e-mail. De voormalig defensiemedewerkers worden hierover per brief geïnformeerd.

180426 Loyalis2
Van 3-30 april kan er gestemd worden voor het Verantwoordingsorgaan ABP.

Hieronder de CMHF-kadidaten namens de sector Defensie. 

Klik op de afbeelding voor meer informatie over de kandidaat. Breng uw stem uit op 1 van deze kandidaten!



StemCMHF HansLeijh Facebook shared image



StemCMHF ReginaldVisser Facebook shared image




StemCMHF SaccoVossen Facebook shared image
Het kamerlid Martin van Rooijen verdedigt vandaag, woensdag 24 januari 2018, in de Tweede Kamer het 50Plus initiatief wetsvoorstel te komen tot een tijdelijke aanpassing van de rekenrente waarmee de toekomstige betalingsverplichtingen van pensioenfondsen moeten worden berekend.

Die door de toezichthouder DNB vastgestelde rekenrente is de oorzaak van het niet kunnen indexeren door pensioenfondsen. DNB stelt dat het huidige pensioensysteem is gebouwd op zekerheid en dat daarom de toekomstige betalingsverplichtingen moeten worden berekend op basis van een lage rekenrente die wordt gebruikt als discontovoet. Het gevolg daarvan is dat er nu veel geld in kas moet zijn om later over vele jaren die pensioenen met een grote zekerheid te kunnen uitbetalen. DNB stelt dat bij een hogere rekenrente er nu zal worden geïndexeerd waardoor er kans bestaat dat er later geen geld is om de pensioenen van de nu jongeren uit te kunnen betalen.

Korte versus lange termijn
Op zich is de voorzichtige DNB-visie een begrijpelijk standpunt waar de meesten van ons groot mee zijn geworden, maar er is vanuit pensioenoogpunt bekeken wel wat tegen in te brengen.
  1. Zo is de rekenrente die DNB vaststelt gebaseerd op een conjuncturele rente die Europees politiek wordt gemanipuleerd. De basis voor de rekenrente is nl. de EURIBOR die door de ECB al enkele jaren laag wordt gehouden zodat op gunstige voorwaarden investeringsgeld kan worden verschaft om zo de economie aan te jagen. De EURIBOR is een rente die door de ECB tijdelijk kan worden bepaald afwijkend van de marktrente, echter niet gedurende een lange periode die door pensioenfondsen wordt bestreken. Op een gegeven moment moet die rente terug naar het marktniveau om financieel-economische rampen te voorkomen. Wanneer dat gaat gebeuren en in welk tempo kan overigens niemand zeggen. Een pensioenfonds heeft dus baat bij een rekenrente/discontovoet die beter de financieel-economische toestand op de langere termijn weerspiegelt.
  2. Bovendien heeft ABP door deze wijze van rentevaststelling de afgelopen 10 jaar niet kunnen indexeren, waardoor het vermogen sterk is gestegen. Het ABP-vermogen eind 2008 lag op 173 miljard, begin 2018 was het vermogen gestegen tot 400 miljard. Tot 2008 was er geen indexatieachterstand. Intussen hebben we na die 10 jaar een samengestelde ABP-indexatieachterstand opgelopen van 13,50%. Iedere procent indexatie betekent een procent van het vermogen, dus het ABP-vermogen zou op 1 januari 2018 na 10 jaar volledige indexatie op 346 miljard hebben gelegen. Nog steeds een verdubbeling van het 2008 vermogen!
De Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid en bedrijfsleven, de CMHF (GOV|MHB is lid van de CMHF) communiceert al jaren de wens te komen tot een stabielere discontovoet en evenwichtiger rekenregels rondom de pensioenfinanciering. Daardoor ontstaat minder gevoeligheid voor conjuncturele schommelingen en het rentebeleid van de centrale banken en ECB politiek. De enorme stijging van het ABP-vermogen in die jaren rechtvaardigt ook een andere wijze van kijken naar indexatie. We zijn wel heel voorzichtig!Het initiatief wetsontwerp van 50Plus ziet op een tijdelijke verhoging van de rekenrente zodat we niet worden geconfronteerd met kortingen. Voor de duidelijkheid nogmaals: de pensioenen van actieven worden op dezelfde wijze geraakt als de pensioenen van gepensioneerden. Ook de opgebouwde pensioenen van de actieve werknemers zijn de laatste 10 jaar 13,50% in koopkracht achteruit gegaan. Komt voor deze groep nog eens bij dat de ABP pensioenopbouw is verlaagd in die 10 jaar zodat deelnemers voor hetzelfde pensioen jaren langer moeten werken. Je ziet het nu nog niet, je gaat het pas (veel) later voelen!

Wat wil de CMHF / GOV|MHB?
50Plus wil een tijdelijke verhoging van de rekenrente om eventuele kortingen de komende jaren voor te zijn. Dat is misschien een mooi begin van de discussie, maar de CMHF pleit voor een meer op structurele macro-economische wijze bezien van de rekenrente op de langere termijn, een wijze die beter past bij de zeer langlopende betalingsverplichtingen van een pensioenfonds. Op die manier ontstaat een stabieler financieel-economische omgeving waarin de rekenrente/discontovoet kan worden vastgesteld. Voorjaar 2018 wordt ook het geheel aan rekenregels dat de financiering van de Nederlandse pensioenfondsen betreft geëvalueerd (het zgn. FTK; Financieel Toetsings Kader). Dat gebeurt op dit moment en het biedt de CMHF een uitstekende mogelijkheid de hier besproken kwaliteiten van een macrostabiele discontovoet voor het voetlicht te brengen.CMHF / GOV|MHB onderschrijft hiermee het persbericht van de VCP en FNV.

Klik hier voor het persbericht.

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04