VUT-equivalente premies militairen gebruikt voor oplossen budgetproblemen Defensie

17 mrt 2020
1507 keer
VUT-equivalente premies militairen gebruikt voor oplossen budgetproblemen Defensie
Beste lezers, in november 2018 heb ik eens opgemerkt dat ik de pen nog eens zou oppakken over de operatie ‘van begrotings- naar kapitaalgedekt militair pensioen’ in 2001. Indertijd ontbrak het me de tijd om daar ook diepgaand onderzoek naar te doen. De tijd ging grotendeels naar de voorbereidingen rond de zaak over de ‘te veel betaalde pensioenpremies’. Die zaak gaat binnenkort van start met het uitbrengen van de dagvaarding. Het zijn momenteel ‘andere tijden’. Ik ben met UGM en ‘geen werk’ is ‘meer tijd’.

Dat er rond de ‘kapitaaldekking militair pensioen’ mogelijk nog iets aan de hand was, vloeide voort uit de rechtszaak rond de VUT-equivalente premie en de WULcompensatie. Deze zaak eindigde met de uitbetaling aan alle militairen in mei 2019. In die procedure stelde de landsadvocaat–gesouffleerd door de HDP- dat de VUT-equivalente premie ‘niet in enge zin aan arbeidsvoorwaarden is besteed, maar wel degelijk ten goede is gekomen aan de groep militairen die het betreft’. Ook in het intranetbericht van de HDP in december 2018 stelde de HDP dat ‘de VUT-equivalente premies gebruikt zijn voor de dekking van het pensioenstelsel van militairen. Er is geen geld weg, het is alleen anders gebruikt en nog steeds voor de arbeidsvoorwaarden. Want anders zouden de bonden toch niet hebben ingestemd’? Als autoriteiten hier zó de nadruk op leggen, is dat een hint om daar nader onderzoek naar te doen. Het omgekeerde zou ook wel eens waar kunnen zijn. Dit artikel beschrijft de voorlopige resultaten van dat onderzoek. Het voorbehoud van ‘voorlopigheid’ moet ik maken omdat nog niet alle informatie op tafel ligt. Er loopt nog een WOB-procedure. Het zou best kunnen dat het allemaal plausibel in elkaar zit, maar ik ben daar nu nog niet van overtuigd. Als het niet pluis blijkt te zijn, moet er verder ook nog een solide juridische basis zijn voor het verhalen van de gemiste inkomsten. Dit is pas een begin.

In dit artikel informeer ik u eerst waarvoor de VUT-equivalente premies werden geïnd en wat begrotingsgedekt en kapitaalgedekt pensioen inhouden. Daarna zet ik uiteen wat het doel was van het overgaan naar kapitaaldekking en hoe de financiering daarvoor was geregeld. Tot slot zet ik de voorlopige resultaten uiteen en schets ik hoe het verder kan gaan.

Waarom werd VUT-equivalente premie geïnd?
In 1995 werd bij de privatisering van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds een VUT-fonds gestart en moesten burgerambtenaren VUT-premie betalen. Het werd indertijd niet wenselijk geacht dat één categorie ambtenaren (militairen) deze premies niet zou betalen en daardoor netto meer in de portemonnee zou overhouden. Om die reden betaalden militairen sindsdien een even grote ‘VUT-equivalente premie’ die ik in het vervolg ook VUT-premie zal noemen. Het was een solidariteitsheffing zonder dat ons geld voor het VUT-fonds nodig was. In een convenant bij deze wetgeving werd dan ook afgesproken dat Defensie en bonden zelf mochten beslissen wat er met de opbrengst zou gebeuren. Het mocht alleen niet aan ‘salarissen’ worden besteed. Dat laat vervolgens een schier oneindige lijst van mogelijkheden open -binnen de arbeidsvoorwaarden natuurlijk- waaraan het had kunnen worden besteed. Opties hadden kunnen zijn een hogere oefentoelage of een hogere vergoeding voor het dagelijks heen-en-weer reizen wat nu, via het cafetariamodel, eigen salaris kost. Uiteindelijk is besloten dit geld te gebruiken bij de overgang van begrotingsgedekt naar kapitaalgedekt militair pensioen. De VUT-premie bedroeg 1,63% van het inkomen. Jaarlijks betrof het een bedrag van ca € 27 miljoen (2018). Alvorens uiteen te zetten hoe de financiering van de overgang naar kapitaalgedekt pensioen was geregeld, is het nodig uit te leggen wat begrotingsgedekt en kapitaalgedekt pensioen inhouden.

Wat is begrotingsgedekt en kapitaalgedekt pensioen?
Tot 1 juni 2001 inde Defensie de premies van de werknemer en betaalde zelf de pensioenen uit. Elk jaar kreeg Defensie een deelbudget van het Ministerie van Financiën om jaarlijks tezamen met de pensioenpremie van de werknemers die pensioenen te kunnen betalen aan militairen vanaf hun 65e jaar. Dat heet begrotingsgedekt pensioen. Vanaf 1 juni 2001 betaalt Defensie pensioenpremies aan het ABP als werkgever samen met de ingehouden premie van de werknemer. Het ABP belegt daarmee, maakt gelukkig rendement en betaalt dit vervolgens aan gepensioneerden uit. Dit heet ‘kapitaalgedekt pensioen’. Het kapitaal voor de pensioenuitkering is gedekt door premie-inleg waarmee vervolgens gespaard en/of belegd wordt. Een groot deel van het pensioengeld wordt door het ABP via beleggingsrendement verkregen in tegenstelling tot het begrotingsgedekt pensioen van Defensie. Defensie belegt namelijk niet.

Wat was het doel van de overgang?
Er waren meerdere redenen om over te stappen van begrotings- naar kapitaaldekking.
  1. Het uitvoeren van pensioenen was complex, dat kon maar beter aan professionals (pensioenfondsen) worden overgelaten. Daarnaast was het ook goedkoper door schaalgrootte. Eén organisatie (ABP) voor alle ambtenaren.
  2. Door het beleggingsresultaat (rendement) heb je bij kapitaaldekking ook minder euro’s inleg nodig dan bij begrotingsdekking waar je nu eenmaal geen rendementen uit beleggingen boekt. Uiteindelijk is het dus een goedkoper stelsel.
  3. Vanwege de bezuinigingen daalde het defensiebudget voor personeel heel snel. De omvang van het begrotingsgedekt pensioenbudget krimpt pas extreem veel later. Er is sterfte van gepensioneerden nodig voor die krimp. En dat duurt nu eenmaal wat langer dan door een krimpend salarisbudget door afvloeiing van personeel. De verhouding tussen het salarisbudget en het pensioenbudget werd daardoor ongunstiger. Men was bang dat politici dat maar moeilijk zouden kunnen begrijpen. Het leek dus een goed idee om over te stappen op een stelsel dat uiteindelijk ook tot krimp en uiteindelijk zelfs tot het verdwijnen van het begrotingsgedekt budget zou leiden.
  4. Door een pensioen bij het ABP onder te brengen zou dit privaatrechtelijk onder de Pensioenwet vallen, buiten de handen van grijpgrage politici met bezuinigingsdrift.

Hoe was de financiering geregeld?
Het onmiddellijk in 2001 omzetten van de pensioenverplichtingen naar kapitaaldekking zou betekenen dat Defensie ineens naar (mijn) schatting ca. € 13 miljard had moeten aftikken aan het ABP. Dat had via wat staatsobligaties (verhogen staatsschuld) best gekund, maar er werd besloten dit niet te doen. De keus is gemaakt dat het ABP alle militaire gepensioneerden pensioen uitbetaalt. Echter de kosten die samenhangen met diensttijd van voor 2001 declareert het ABP bij Defensie die dat uit de begroting betaalt. Sinds 2001 heeft Defensie dus twee systemen. En begrotingsgedekt en kapitaalgedekt pensioen. Het uitfaseren van het begrotingsgedekt pensioen zou nog ca. 66 jaar duren. Namelijk tot de laatste ex-militair met diensttijd van voor 2001 zal zijn overleden.

Omdat Defensie wel vanaf 2001 jaarlijks pensioenpremie moest gaan betalen aan het ABP, kwam Defensie budget tekort. De kosten (tijdelijk dubbel betalen) gaan voor de baten uit (een uiteindelijk goedkoper pensioenstelsel). Gelukkig geldt voor iedereen die geld tekortkomt dat je kunt lenen. Er werd een financieringsconstructie opgetuigd. Defensie blijft pensioenpremies schuldig aan het ABP en bouwt bij het ABP een schuld op. Financiën leent dat geld dat Defensie niet kan betalen alvast aan het ABP zodat die wel onmiddellijk kan gaan beleggen. Het ABP bouwt dus ook een schuld op maar dan bij Financiën. De schuld van Defensie aan het ABP en van ABP aan Financiën is gelijk. Deze zal in 20 jaar oplopen tot € 600 miljoen (ca 2021) en in de 15 jaar daarna door beiden weer worden afgelost. Er blijft namelijk door sterfte van gepensioneerden steeds meer budget over van het begrotingsgedekt pensioen. Wat Defensie aflost bij het ABP kan het ABP weer bij Financiën aflossen. Ergens in 2036 zal dit financieringsproces zijn voltooid. Deze constructie is beschreven in de Memorie van Toelichting bij de Kaderwet Militaire Pensioenen, eind vorige eeuw. Makkelijker kunnen we het niet maken.

Wat blijkt vooralsnog uit de voorlopige onderzoeksresultaten?
  • Er is sinds 1995 een VUT-premie geïnd bij militairen waarvan het Sector Overleg Defensie de besteding mocht bepalen. Het mocht niet aan salaris worden besteed. Het arbeidsvoorwaardenterrein biedt buiten ‘salaris’ vele mogelijkheden dit ten goede te laten komen aan het personeel.
  • VUT-premies van militairen zijn gebruikt om pensioenpremies van de werkgever mee te voldoen. De werkgever had een budgettekort en is door de inzet van VUT-premies zelf minder gaan betalen c.q. heeft een kleinere schuld opgebouwd. Deze inzet van militaire VUT-premie wordt door Defensie als een arbeidsvoorwaardelijke bestemming uitgelegd.
  • Uit de pensioenovereenkomsten blijkt niet dat Defensie minder aan pensioenpremie bijdraagt en het personeel meer. De verhouding is in de formele overeenkomst immers na 2006 altijd 70% om 30% geweest (los van het andere lopende dossier rond de te veel betaalde pensioenpremies als gevolg van de koppelafspraak). Inclusief de VUT-premie is de verhouding in werkelijkheid ca 67% om 33%.
  • Uit de Memorie van Toelichting van de Kaderwet Militaire Pensioenen blijkt dat in 35 jaar in volledige financiering van de overgang op kapitaaldekking wordt voorzien zonder dat meer geldbronnen dan in deze Toelichting genoemd nodig zijn.
  • Uit de jaarverslagen van Defensie blijkt pas in 2015 dat er een schuld wordt verantwoord. Deze blijft ver achter bij het plan. Er is geen verklaring opgenomen waarom. Of er voor 2015 wel of geen schuld is geweest in dit dossier moet nog uit een WOB-procedure blijken.
  • Uit de jaarverslagen van 2017 en 2018 blijkt dat de schuld van ca € 100 – 150 miljoen omstreeks 2023 zal zijn afgelost. Volgens het plan zou in 2021 een schuld van € 600 miljoen moeten bestaan. Het verschil tussen de geplande en werkelijke schuld bedraagt ruim € 450 miljoen. In de 19 jaren VUT-equivalente premie is (toevallig?) omstreeks dat bedrag opgehaald met VUT-premies.
  • Volgens Defensie maakt het financieringsarrangement (in Defensiekringen ‘de banaan’ genoemd) geen onderdeel uit van het overleg met de bonden. Deze financieringsconstructie betreft dus kennelijk geen arbeidsvoorwaardelijk onderwerp. Het is dan vreemd dat arbeidsvoorwaardelijk geld (de VUT-premie) wel in dat financieringsarrangement van de kapitaaldekking wordt opgenomen.
  • De antwoorden van de bonden op gestelde vragen in dit dossier varieerden van ruimhartig –met overigens weinig archiefmateriaal- tot uiterst beperkt (‘dat behoort tot de vertrouwelijkheid van de onderhandelingstafel’). Kennelijk moet dat bij deze bond zelfs na 25 jaar nog geheim blijven!
  • De pensioenrechten van militairen zijn niet toegenomen. Het pensioen is zelfs niet (via indexatie) waardevast gebleven, ook niet het deel van voor 2001. Door de VUT-premies als pensioenpremie in te zetten, is de militair eigenlijk meer pensioenpremie gaan betalen voor lagere pensioenrechten.
  • Vooral soldaten die weinig verdienen, hebben via de VUT-premie meebetaald aan een pensioenstelsel van militairen waar zij nooit een uitkering uit gaan krijgen.
  • De kapitaaldekking is er niet mee versneld zoals sommigen beweren. De financiering ervan wel: een lagere schuld en snellere aflossing.
  • Van de vier eerdergenoemde doelstellingen voor de overgang naar kapitaaldekking is de eerste doelstelling (uitvoering door professionals) per 2001 gerealiseerd. De tweede doelstelling (een goedkoper stelsel) is alleen voor wat betreft nieuwe pensioenrechten vanaf 2001 gerealiseerd. De derde doelstelling (krimp van hetbudget voor begrotingsgedekt pensioen) is niet sneller bereikt, doordat de rechten van voor 2001 gewoon via de ‘sterfhuisconstructie’ uitfaseren uit de begroting (medio 2067). De vierde doelstelling (het pensioen onder de Pensioenwet buiten politieke beïnvloeding) is niet bereikt omdat de politici hedendaags door wetgeving en regelgeving alsnog invloed uitoefenen op dit private pensioengeld.
Hoe verder?
Ik heb onlangs een WOB-procedure gestart om nog relevant feitenmateriaal op tafel te krijgen. Dan kan ik een definitief oordeel opbouwen en, voor zover relevant, juridisch laten onderzoeken op verhaalsmogelijkheden. Het is mogelijk dat een en ander juridisch prima is gelopen. Echter, qua integriteit en moreel besef kunnen hierover nog veel discussies gevoerd worden. Een organisatie die zo hoog op geeft van integriteit en ethiek mag dan ten minste uitleggen waarom de handelwijze verdedigbaar is om militairen jaarlijks ca. € 27 miljoen niet aan arbeidsvoorwaarden te gunnen. En dit door militairen zelf opgebrachte geld te gebruiken om werkgevers pensioenpremies te betalen.

Beste lezers, tot slot. Het spook van de verjaring kijkt om de hoek. Als we willen voorkomen dat bij een mogelijke rechtszaak een vordering wordt afgewezen vanwege verjaring, is het nodig ook in dit dossier een stuitingsbrief aan Defensie te sturen. Defensie had de optie via Intranet te communiceren dat dit niet nodig is. Helaas heeft ze daarvan afgezien. Juristen achten het versturen van de in de link aangeboden stuitingsbrief zinvol. Wordt vervolgd.

Klik hier voor de stuitingsbrief.

Paul Eijkelenkamp

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04