Rust of nog meer schepen tegen de kant

17 juni 2019
1060 keer
Rust of nog meer schepen tegen de kant
Afgelopen donderdag werd ik tijdens de 105e jaarvergadering blij verrast en vereerd door een ‘coup’ van onze ereleden en het hoofdbestuur die mij ten overstaan van de aanwezige leden hebben benoemd tot erelid van onze mooie vereniging. Het is fijn om in het zonnetje te worden gezet en te vernemen dat het wordt gewaardeerd wat je doet. Het geeft energie voor het laatste jaar van mijn voorzitterschap. Na zeven jaren wordt het tijd het stokje over te dragen.

Het thema van onze jaarvergadering was het personeelssysteem van de toekomst. Een (maritieme) toekomst die geopolitiek ook meer dan uitdagend zal zijn. De ontwikkelingen in de Perzische Golf doen onze reders schrikken en er wordt dan ook snel naar de Koninklijke Marine gewezen voor bescherming van onze koopvaardijschepen. Een begrijpelijke reactie maar na de bezuinigingskaalslag en de personele onderbezetting is onze marine niet meer wat het geweest is. Even een schip vrijmaken kan niet meer, zonder andere belangrijke taken te moeten laten liggen. De rekening van de bezuinigingen wordt gepresenteerd.

Ook op personeelsgebied is er een uitdaging. De personele bezettingsgraad van de marine is begin dit jaar onder de 80% gedoken. De werving in de eerste maanden van dit jaar is stroef verlopen en de uitstroom gaat helaas gestadig door. Een commandant van een groot bovenwaterschip vertelde me onlangs dat de afgelopen maanden 25% van zijn officieren de marine heeft verlaten, of op het punt staat de marine te verlaten. Een signaal waar je niet vrolijk van wordt.

Het beeld van officieren die hun heil elders zoeken wordt bevestigd door een enquête die de KVMO Werkgroep Jong onder jonge officieren (tot 45 jaar) heeft gehouden, vooruitlopend op onze jaarvergadering. Uit de resultaten van deze enquête blijkt dat er veel onrust is onder onze jonge officieren. Doordat zij hun ontevredenheid onderling bespreken leidt dit tot een versterking van het beeld dat ’iedereen’ zich oriënteert op een baan buiten Defensie.

De arbeidsvoorwaardelijke onzekerheid, met name voor onze jonge officieren op het pensioendossier, de trage besluitvorming over de vervanging van onze sterk verouderde platformen en het ‘Vlissingen dossier’ bij het Korps Mariniers zijn debet aan de onrust, uitstroom en het wantrouwen richting de werkgever.

In de enquête geeft meer dan 55% van de marineofficieren aan niet tevreden te zijn over de werkgever. Dit in combinatie met 60% van de jonge officieren die aangeeft zich dit jaar te hebben georiënteerd op een baan buiten Defensie, toont wel aan dat er veel onrust is onder marineofficieren van 20 tot 45 jaar.

Aan deze onrust en wantrouwen kan en moet snel een einde komen. Je moet er toch niet aan denken dat daadwerkelijk 20% van de marineofficieren besluit de marine op korte termijn te verlaten. Alles komt dan krakend tot stilstand. Geen bescherming in De Golf of waar dan ook, omdat dan nog meer schepen vanwege het gebrek aan personeel tegen de kant komen te liggen. Ik vraag me af of het kabinet zich hier zorgen over maakt. Is het zich überhaupt bewust van het feit dat dit speelt? Zo ja, waarom wordt de stormbal dan niet gehesen? Waarom duurt het zo lang om te komen tot een goede cao voor het defensiepersoneel? Er wordt in mijn ogen op dit moment met vuur gespeeld. Defensie stroomt leeg en 8 maanden na het afwijzen van het arbeidsvoorwaardenresultaat is er nog steeds geen nieuwe cao.

Het wordt dan ook hoog tijd voor rust bij Defensie. Rust die alleen kan worden gekregen als er snel een goede cao komt die o.a. pensioenonrust voor de toekomst wegneemt. Want je moet er toch niet aan denken dat het doemscenario van nog meer schepen tegen de kant werkelijkheid wordt. Dit kan toch niet, in een steeds onveiligere wereld, het kabinetsbeleid zijn?

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04