Goochelen met personele cijfers

25 mei 2020
946 keer
Goochelen met personele cijfers
Afgelopen week presenteerde Defensie de personeelsrapportage 2019. Deze rapportage geeft inzicht in de personele capaciteit van Defensie en dus in haar de personele gereedheid. Gelukkig voor Defensie is er een lichte trendbreuk te signaleren: voor het eerst sinds jaren is de militaire instroom hoger dan de uitstroom. Afgelopen jaar stroomden er 261 meer rekruten/herintreders in dan dat er militairen uitstroomden. Hierbij zijn wel kanttekeningen te plaatsen. Zo heeft door de invoering van de nieuwe diensteinderegeling een groot aantal ‘oude’ militairen besloten 4 jaar langer bij Defensie te blijven. Dit zal in de toekomst voor een hogere reguliere uitstroom gaan zorgen. Net als voorgaande jaren heeft Defensie de verwachte instroom niet gerealiseerd. Afgelopen jaar had het departement gehoopt een inhaalslag te kunnen maken. Dit is helaas niet gelukt, aangezien uiteindelijk maar 70% van de geplande instroom is gerealiseerd.

Waar brengen deze cijfers Defensie en haar personeel? Defensie beschikte op 31 december 2019 over ruim 35.000 inzetbare militairen. Of te wel, een vol PSV-stadion. Het aantal militairen blijft dan ook zorgwekkend: het betreft nog maar 55% van de totale defensiepopulatie! Daar staat tegenover dat het aantal burgermedewerkers blijft stijgen. Het zijn er nu bijna 18.000, 28% van het totale personeelsbestand. Het aantal reservisten blijft eveneens stijgen en bedraagt iets meer dan 6.000. Dit is 9% van het defensiebestand. De goede rekenaar mist dan 8%. Dit zijn rekruten/militairen die in opleiding zijn.

In de rapportage staat dat de vulling van reguliere militaire functies achterblijft omdat de formatie groeit. Dit is correct maar gaat volledig voorbij aan het ‘verburgelijken’ van het personeelsbestand. In de rapportage wordt het daadwerkelijke probleem van Defensie verbloemd. Zo valt te lezen dat ‘de effecten van de wervingsresultaten … pas later zichtbaar [zijn ]omdat deze mensen in opleiding zijn en niet worden meegeteld bij de berekening van de vulling’. Daar staat tegenover dat er in dezelfde periode militairen Defensie zullen verlaten of rekruten niet door de opleiding heen komen en deze categorie dit benoemde effect dus (gedeeltelijk) teniet doet. Bijzonder is dat daar waar in het verleden werd aangegeven hoeveel militaire vacatures Defensie heeft het woord vacature niet meer voorkomt in de rapportage.

In het hoofdstuk ‘Teamplaat’ is het opvallend dat men appels met peren vergelijkt. Voor de militairen geldt dat zij niet in deeltijd werken en dat zij als een volledige VTE worden geteld. Dit klopt volgens de regelgeving maar er zijn weldegelijk militairen die in deeltijd werken. Het aantal burgermedewerkers blijkt ruim 1.100 hoger te zijn dan in het begin van de rapportage bij de personele samenstelling wordt genoemd. Dit omdat hier wel voor deeltijdwerken wordt gecorrigeerd. Het percentage burgermedewerkers is dus ruim 1% hoger.

Ook voor de reservist corrigeert de rapportage niet. Reservisten zijn net als militairen in de tabel opgenomen als één VTE terwijl zij niet het volledig aantal uren werken. Hoeveel gecorrigeerde VTE’en dit zouden moeten zijn is dus niet zichtbaar. Het maakt nogal uit of zij bijvoorbeeld gemiddeld 15 uur of 30 uur per week werken en hoeveel weken ze dit per jaar doen.
In de rapportage valt te lezen dat ‘niet alleen het bestand aan reservisten toeneemt maar dat ook het aantal inzeturen, als onderdeel van onze flexibele schil weer is gestegen; dit jaar met circa 25% ten opzichte van 2018. Deze groei geeft aan dat deze aanstellingsvariant bij meerdere doelgroepen aanspreekt. Ondertussen verrijken zij het personeelsbestand en dragen zo bij aan een flexibele militair inzetbare workforce.’

Het is goed te lezen dat het reservistenbeleid aanslaat. We hebben reservisten hard nodig om tijdens piekmomenten Defensie en haar personeel te ontlasten. Echter, wat erop dit moment bij Defensie gebeurt heeft niets meer te maken met een flexibele schil. Reservisten en burgercollega’s worden massaal ingezet op functies van beroepsmilitairen. Ik kan me niet voorstellen dat dit de bedoeling was van het plan om het dienstplichtige leger om te vormen tot klein maar fijn professioneel beroepsleger.

De personele samenstelling en de ‘teamplaat’ in de personeelsrapportage zeggen mij helemaal niets. Er wordt namelijk nergens meer genoemd wat de gewenste sterkte was. Het gevolg is dat het aantal militaire vacatures - en wat we dus niet meer kunnen doen - zo wordt verbloemd. Ik kan me dan ook voorstellen dat de Vaste commissie voor Defensie kritische vragen gaat stellen over de personele capaciteit en de personele gereedheid van onze krijgsmacht. Men zal er net als ik geen chocola van kunnen maken.

https://www.kvmo.nl/images/templateopmaak/button_reageren.jpg

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04