Stasterix en de Fata Morgana

12 apr 2021
630 keer
Stasterix en de Fata Morgana
Het jaar is 2021 en heel Europa zucht onder het juk van de Coromijnen. Gelukkig heeft heel Europa door dat je voor het bestrijden van de Coromijnen, maar ook voor het bestrijden van de uit Berenland of het Middenland opdringende gevaren, of de speldeprikken van Hackix, strijders nodig hebt. Heel Europa weet ook dat dat loon naar werken vraagt. Heel Europa? Nee, een kleine nederzetting aan de Noordzeekust, Carré-quattre, houdt stijfkoppig stand. Het binnenkort afgeloste stamhoofd van de nederzetting, Ankraracourcix, laat de barden de laatste paar maanden wel wat harder roepen dat er meer sestertiën nodig zijn, maar de raad van stamhoofden wil die niet geven. Ankraracourcix en haar trouwe assistent Stasterix, vinden dat eigenlijk helemaal niet zo erg. Ze hebben de strijders, via hun medewerker Hadepix, laten weten dat de strijders blij mogen zijn dat ze nog een betrekking hebben. Daarbij hebben ze nog wel even gezegd dat ze het wel heel erg waarderen wat die strijders allemaal doen.

En de strijders hebben het toch al niet altijd even gemakkelijk. De jonge strijders krijgen veel te weinig betaald. De hutten waar ze in moeten slapen zijn oud, lek en vies, de pijlen zijn krom, de zwaarden bot en de zeilen van de schepen ontbreken. Helaas is dat al jaren zo. Nadat Groot-Berenland dertig jaar geleden uit elkaar was gevallen, vonden de stamhoofden het niet langer nodig om veel strijders op de been te houden. En de strijders die er nog waren werden op avontuur gestuurd naar Africa, in de buurt van Indusland en tegen Roodbaard en de zijnen. En iedere keer als er minder sestertiën binnenkwamen dan eruit gingen keken de stamhoofden naar de strijders en mochten die weer inleveren. De strijdwagens gingen eraan en de zeer capabele galeien werden vervangen door zeilbootjes, die er mooi uitzagen, best groot waren, maar die de vergelijking met de galeien toch niet konden doorstaan. Ook op de soldij werd gekort, zeker nadat een voorganger van Hadepix, Haatweeoix, had geroepen dat de krijgers toch al veel te veel kregen. Wat overigens nooit ergens uit gebleken is, maar de stamhoofden maakten er dankbaar gebruik van.

Zeven jaar geleden liet Berenland weer van zich horen met de verovering van het Tartarenschiereiland. De stamhoofden, ook van andere landen, schrokken daar wel van. En omdat ook het Middenland steeds assertiever werd en eilandjes inpikte die niet van hun waren, vonden de stamhoofden het toch wel tijd worden om meer geld aan hun strijders te gaan besteden. En de stamhoofden van andere regio’s deden dat ook, want zij vonden dat een stamhoofd zijn afspraken nakomt. In onze nederzetting werd daar helaas anders over gedacht. Er kwamen wel sestertiën bij, maar lang niet genoeg om alle tekorten weg te werken, laat staan om de hoeveelheid krijgers uit te breiden. En mede door de slechte betaling waren veel krijgers weggegaan en smid, of visser, of bard geworden. In de tussentijd schreven Ankraracourcix en Stasterix hun droombeeld op. Hun eigen Fata Morgana. Over ruim tien jaar zou alles beter zijn, als er maar sestertiën bijkwamen. Maar dat moet het nieuwe stamhoofd met de opvolger van Stasterix dan maar gaan regelen. Want nu met de komst van de Coromijnen was er echt geen mogelijkheid om meer uit te gaan geven. En de strijders komen er dus nog steeds bekaaid vanaf.

Normaal gesproken zou het verhaal worden afgesloten met een groot feestmaal waar de hele stam zich tegoed zou doen aan in het veld bereide gerechten. Maar helaas, dat mag niet meer van Haccpix, dus ook dat gaat niet door.

Hopelijk dat in het volgende deel van deze verhalenreeks er een beter eind komt aan het verhaal. De strijders verdienen het. Wordt vervolgd…

<a href=

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04