Valentijn of gifpijl

23 feb 2015
2002 keer
Valentijn of gifpijl
Op 13 februari jl. heeft minister Hennis-Plasschaert de Tweede Kamer per brief ingelicht over de voorlopige voorziening Verklaring van Geen Bezwaar (VGB). Het defensiepersoneel is inmiddels op de hoogte gesteld over de tijdelijke regeling die tot 1 september as. van kracht is.

Ik vond het tijdstip van de aanbieding van de Kamerbrief op zijn minst ongelukkig. De dag voor Valentijnsdag, een bijzondere dag waar je je liefde kenbaar maakt aan jouw (buitenlandse) Valentijn.

Je hoort ouderen vaak zeggen dat vroeger alles beter was. In het kader van dit dossier durf ik te stellen dat het in het verleden in ieder geval gemakkelijker was. In ver vervlogen tijden marcheerde de soldaat in het leger van de Prins en kwam niet meer terug van de Mookerhei. Of gold 'in iedere stad een andere schat'. Gezien de gebrekkige omstandigheden van die tijd was de kans klein dat je ooit nog levend terugkwam naar dezelfde haven. Daarnaast waren vrouw en kip (verbastering achterschip) een pest voor het schip, dus een Valentijn meenemen was dan ook niet aan de orde.

Ook in recentere tijden was het, in het kader van dit dossier, een stuk gemakkelijker. In de brief van de minister wordt namelijk geheel geen aandacht besteed aan de (niet buitenlandse) partner die zelf op dienstreis moet. In de vorige eeuw was het normaal dat 'de vrouw' het huishouden deed en voor de kinderen zorgde. De vrouw werd min of meer gedwongen om deze huishoudelijke taken te doen, omdat ze haar werk moest opzeggen op het moment dat zij trouwde of kinderen kreeg. Feminisme en kabinetsbeleid hebben ertoe geleid dat het vandaag de dag de normaalste zaak van de wereld is dat beide partners carrière kunnen maken. Het adagium 'een vrouw en een kip' hebben we ver achter ons gelaten en het is binnen Defensie inmiddels de normaalste zaak van de wereld dat onze vrouwelijke collega's gedurende lange tijd over de wereldzeeën varen.

Voor de minister is het vervelende van deze revolutie dat deze zich ook buiten Defensie heeft voorgedaan. Ook buiten Defensie worden zowel mannen als vrouwen vanwege hun werk voor langere tijd uitgezonden. Gezien het feit dat Nederland een (kennis) exportland is, is de kans groot dat een (niet buitenlandse) partner van een militair eveneens voor langere tijd door het bedrijf naar een 'exotisch' land wordt uitgezonden. Voorbeelden zijn er legio: baggeraars, olie-industrie, ontwikkelingshulp, studie/onderzoek, fabriek helpen opbouwen, enz..

Het betreft in dit geval niet per definitie partners die uit 'overzeese' gebieden worden gehaald, maar het buurmeisje/jongen waar de militair, al dan niet met knikkende knieën, x jaar geleden een valentijnskaart in de bus heeft gedaan. In de tijdelijke voorziening wordt met geen woord over deze categorie gesproken. De hedendaagse militair zal in de valentijnskaart naast de liefdesverklaring moeten schrijven dat het alleen iets kan worden als zijn of haar Valentijn belooft in de toekomst niet voor langere tijd naar het (verkeerde) buitenland te gaan, waarbij de militair niet eens precies weet wat in deze verkeerd is. Oftewel, zowel de partner als de militair weten op dit moment niet of deze situatie zich in de (nabije) toekomst voor gaat doen én kan dus ook (nog) geen beroep doen op de voorlopige voorziening.

Ik zou dan ook verwachten dat onze minister, juist met het oog op het zo belangrijke thuisfront, op dit vlak een uitzondering maakt. Mocht de bovenstaande situatie zich voordoen dan zou een militair ook aanspraak moeten kunnen maken op een niet vertrouwensfunctie, zodat hij of zij niet hoeft te kiezen tussen zijn/haar Valentijn of een gifpijl van (de MIVD)-Cupido.

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04