So(m)ber

30 mrt 2015
2062 keer
So(m)ber
Onlangs stond er in de Telegraaf een artikel met de titel "Kazerne matrozen schimmelt weg". Het betrof hier het gebouw 'Johan Maurits van Nassau' op Marinekazerne Erfprins. De ernst van de situatie werd goed inzichtelijk gemaakt door de verschillende foto's die bij het artikel waren geplaatst.

Ik kan me dan ook goed voorstellen dat matrozen die daar gelegerd zijn zich zorgen maken over hun gezondheid en door middel van de sociale media deze zorg met het bijbehorende beeldmateriaal met familie, vrienden en kennissen delen. Foto's waarmee je bepaald niet het 'Zorg dat je erbij komt' associeert.

Naar aanleiding van de krantenartikelen over dit onderwerp zijn er Kamervragen gesteld. De minister antwoordt op deze vragen dat het legeringsgebouw in slechte staat is en aan renovatie toe is. Ze geeft
aan dat de matrozen zich echter geen zorgen hoeven te maken over
hun gezondheid. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het een vaste schimmelsoort betreft. Het 'fijne' van vaste schimmels is dat zij niet in contact komen met de mens. Dit geldt zowel voor huidcontact als voor inademing. Dat schimmels en vochtplekken normaal gesproken het gevoel geven van 'hier wil ik niet in bivakkeren' wordt gemakshalve volledig achterwege gelaten.

De reden van de problemen laat zich raden. De jarenlange kaalslag bij Defensie heeft een grote invloed op de staat van het vastgoed. Er moeten immers prioriteiten worden gesteld. De minister geeft aan dat vanwege de kaalslag de normen voor de legering zijn versoberd. In het geval van het gebouw 'Johan Maurits' is er zelf niet eens meer sprake van sober. De minister geeft dan ook aan dat het gebouw niet meer aan de versoberde normen voldoet. Voorlopig zullen 'onze' matrozen het hier echter nog wel mee moeten doen. Renovatie wordt pas voorzien in 2018, want dan is er pas geld voor de hoognodige renovatie beschikbaar.

Het is dus te hopen voor onze matrozen dat er de komende jaren geen financiële tegenvallers bij Defensie moeten worden ingeboekt. Deze kunnen, ten gevolge van nieuw (kabinets)beleid, Defensie zomaar tientallen miljoenen euro's bedragen, waardoor er wéér nieuwe prioriteiten moeten worden gesteld. En ik heb zo maar het idee dat gebouw 'Johan Maurits' dan niet hoog op het prioriteitenlijstje zal staan.

Afgelopen week bleek er een ruime meerderheid in de Tweede Kamer te zijn voor het versneld ophogen van de AOW-leeftijd. Hierdoor worden de UKW'ers de komende jaren geconfronteerd met een nog groter AOW-gat dan nu al het geval is. Voor Defensie houdt dit in dat het voor de compensatie, zoals afgesproken in het onlangs overeengekomen deelresultaat, aanzienlijk meer moet uittrekken. Een compensatie voor deze tegenvaller door het kabinet zou een logische gedachte zijn, omdat de tegenvaller wordt veroorzaakt door de bijzondere positie van de militair, die onlangs nogmaals door het kabinet is bevestigd in de Tweede Kamer. Helaas is de bijzondere positie, zoals gebruikelijk, wederom niet meegenomen in de besluitvorming en kan Defensie dus fluiten naar een compensatie.

Een ander onderwerp waar in de Tweede Kamer regelmatig naar wordt verwezen is de maatschappelijke dienstplicht. Deze moeten jongeren na hun studie vervullen. Jongeren die graag aan het werk zouden willen gaan maar dit niet kunnen omdat er geen banen beschikbaar zijn, mede vanwege het feit dat ouderen langer moeten doorwerken omdat de AOW-leeftijd is verhoogd. Als voorbeeld van deze maatschappelijke dienstplicht wordt vaak Defensie aangehaald. De dienstplicht werd door zowel de dienstplichtigen als hun ouders als vormend ervaren. Het bijbrengen van discipline zoals dat vandaag de dag zou worden genoemd.

Ik heb hier beeld en geluid bij en toch maak ik me zorgen over dit proefballonnetje. Defensie is de afgelopen jaren uitgewoond. Ze kan op dit moment niet al haar militairen uitrusten zoals het hoort. Ze kan haar militairen niet huisvesten zoals het hoort en ze kan militairen niet altijd laten oefenen zoals het hoort. Laat staan dat ze haar eenheden en middelen allemaal paraat kan inzetten.

Het invoeren van een maatschappelijke dienstplicht zou inhouden dat schaars geld en (personele) middelen moeten worden ingezet om de nieuwe dienstplichtigen op te leiden, te trainen, te huisvesten en nuttig in te zetten. Ik zie dan ook met belangstelling de discussie in de Tweede Kamer tegemoet. Om een maatschappelijke dienstplicht bij Defensie in te voeren zullen er tientallen, zo niet honderden miljoenen euro's extra richting Defensie moeten stromen om dit te kunnen accommoderen. Miljoenen die niet uit de extra gelden vanuit de Motie Van der Staaij betaald kunnen worden, daar deze reeds benodigd zijn om onze zeer maatschappelijk begaande beroepsmilitairen te laten werken, te huisvesten en na ontslag van een fatsoenlijke compensatie voor het AOW-gat te voorzien. Invoering van de maatschappelijke dienstplicht wordt dan voor Defensie een 'kat in de zak'.

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04