Het is Joris en Trijn

12 okt 2015
2102 keer
Het is Joris en Trijn
Anderhalve week geleden is de FNV door de rechter in het ongelijk gesteld over de wijze waarop het bovensectorale ‘Loonakkoord’ tot stand is gekomen. De FNV is door de Haagse kortgedingrechter op alle punten in het ongelijk gesteld, m.u.v. het spoedeisende karakter. Dit ongelijk heeft de FNV helaas niet aan het denken gezet. Zij heeft op 5 oktober jl. de Staat verzocht voor een ‘turbo spoedappèl’ inzake het Loonakkoord omdat de FNV van mening is dat dit akkoord een hoogst principieel arbeidsgerechtelijk geschil in de publieke sector betreft met een zeer grote maatschappelijke impact.

Ondanks het verzoek tot een turbo spoedappèl, overigens een mooi woord voor allerlei woordspelletjes, gaat het leven in Nederland gewoon door. Afgelopen donderdag is de uitvoeringsovereenkomst m.b.t. het ‘Loonakkoord’ bij Defensie door de minister en drie van de vier Centrales getekend. Dit ging niet zonder slag of stoot, daar de militaire FNV-bonden zich hier tot het einde toe tegen hebben verzet.
Ik betreur dit ten zeerste daar dit niet in het belang is van zowel de vakbonden als haar leden. Immers, als er gezamenlijk wordt opgetrokken staan wij als vertegenwoordigers van het defensiepersoneel een stuk sterker. Dit wil overigens niet zeggen dat we het altijd met elkaar eens hoeven te zijn. Terugkijkend over de afgelopen periode ben ik eerlijk gezegd dan ook verbaasd over de gang van zaken.

Het Besluit Georganiseerd Overleg sector Defensie is niet nieuw (1993). Het is sinds jaar en dag van kracht aan onze sectortafel en de spelregel zijn ‘for better and for worse’ de afgelopen jaren geëvolueerd. Er is in de loop der jaren een gewoonterecht ontstaan die door alle partijen binnen de sector Defensie is omarmd.

Terugkijkend naar de afgelopen jaren is het ook niet voor het eerst dat één van de partijen het niet eens is met de meerderheid aan de overlegtafel. Open en reëel overleg houdt immers alleen in dat er naar elkaar wordt geluisterd en standpunten worden uitgewisseld, of je nu groot bent of klein. Niet dat je het uiteindelijk dus maar met elkaar eens moet zijn. Het is herhaaldelijk voorgekomen dat één van de Centrales, vanwege voor haar moverende redenen, een arbeidsvoorwaardenakkoord niet heeft ondertekend. In al deze gevallen hebben de Centrales zich uiteindelijk neergelegd bij de meerderheid. Dit is niet leuk, want je hebt het gevoel dat je de leden niet optimaal hebt kunnen vertegenwoordigen. Naar mijn mening zou dit echter niet moeten leiden tot onderling verstoorde relaties.

Als aan het einde van dit proces de voorzitter tot de conclusie komt dat er een (ruime) meerderheid, zoals vastgesteld in het Besluit Georganiseerd Overleg Sector Defensie, aanwezig is en overeenstemming is bereikt, dan is het spel gespeeld en de strijd gestreden. Een meerderheid heeft een besluit genomen en volgens goed democratisch gebruik wordt de ‘winnaar’ gefeliciteerd met het bereikte resultaat. Hoe vervelend het op dat moment ook voor de verliezende partij is, er wordt een nieuwe piketpaal geslagen én vanaf dat punt gaat het overleg gewoon door.

Ik hoop dan ook dat de vakcentrales en de onderliggende Centrales van Overheidspersoneel op korte termijn de draad weer oppakken. Ondanks de oorlogstaal vanuit de FNV zullen de Centrales elkaar op korte termijn weer hard nodig hebben. Door het slechte beursklimaat en de door De Nederlandse Bank (DNB) opgelegde Ultimate Forward Rate (UFR) voor pensioenfondsen, onderdeel van de rekenrente waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, is de dekkingsgraad van het ABP nog zwaarder onder druk komen te staan. En ja, ook het bovensectorale ‘Loonakkoord’ heeft een miniem negatief effect op de dekkingsgraad. Door al deze invloeden voldoet ABP niet meer aan de eisen van DNB en moet er actie ondernomen worden.

Voor alle partijen is het te hopen dat de rente op korte termijn iets stijgt, want dan is ABP namelijk grotendeels uit de problemen. De kans hierop schat ik echter laag in daar het Europese beleid erop is gericht om de rente laag te houden. Er rest ABP in dat geval nog drie mogelijkheden: het ambitieniveau verlagen; de indexatie langer uitstellen; of een premieverhoging. Onze werkgever zal hoogstwaarschijnlijk voor optie 1 gaan. Dit kost de overheid namelijk niets. Optie 3 heeft de voorkeur van de bonden. Dit kost de werknemer namelijk zo goed als niets. Bovenop de 5,05% (bruto) uit het loonakkoord staat immers ook nog een pensioenpremieverlaging van ongeveer 0,5% (netto) voor de werknemer. Deze 0,5% kan dus ingezet worden voor een eventuele premiestijging zonder dat dit van invloed is op de 5,05% salarisverhoging. Voor de werkgever geldt echter dat zij haar deel van de premieverlaging reeds in het Loonakkoord heeft verdisconteerd. In geval van een premiestijging dient de werkgever dus opnieuw in de buidel te tasten.

Ondanks alle oorlogstaal in vakbondsland schat ik toch in dat vanwege de pensioenperikelen op niet al te lange termijn de rijen weer worden gesloten zodat de belangen van de achterban weer gezamenlijk optimaal kunnen worden behartigd.

Ps, het gezegde 'Het is Joris en Trijn' betekent: wisselen ruzie en grote liefde voortdurend af

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04