Vergrijzing op de werkvloer een tikkende tijdbom?

07 mrt 2016
3661 keer
Vergrijzing op de werkvloer een tikkende tijdbom? Bron foto: pixabay.com
Onlangs concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de leeftijd waarop Nederlanders met pensioen gaan, in hoog tempo blijft stijgen. Het afgelopen jaar is de gemiddelde pensioenleeftijd met vier maanden toegenomen. De leeftijd waarop mensen ophouden met werken nadert de 65 jaar. Bij de overheid blijft de leeftijd iets achter, onder andere vanwege de bijzondere positie van de militair (UKW). Het op papier ophogen van de pensioenleeftijd geschiedt eenvoudig en straffeloos. Hoe verhoudt zich dit echter tot de praktijk?
Een logisch gevolg van de ophoging van de pensioenleeftijd lijkt mij dat steeds meer mensen als gevolg van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid gedwongen uit het arbeidsproces moeten stappen dan wel door overlijden de pensioengerechtigde leeftijd niet halen. Helaas heeft het CBS hier geen recent onderzoek naar gedaan. Uit eerdere CBS-onderzoeken is gebleken dat 17% van de Nederlanders de pensioenleeftijd van 65 jaar niet haalt als gevolg van vroegtijdig overlijden. De pensioenleeftijd die veelal één op één gekoppeld is aan de AOW-gerechtigde leeftijd stijgt de komende jaren snel naar 67 jaar. Voor iedereen die op of na 1 januari 1955 is geboren, wordt de AOW-leeftijd minimaal 67 jaar. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Het CBS heeft berekend dat in 2050 de levensverwachting naar alle waarschijnlijkheid zal zijn opgelopen tot 85 jaar voor mannen en 88 jaar voor vrouwen. Kijkend naar de CBS-sterftecijfers van de afgelopen jaren dan valt te constateren dat de gemiddelde leeftijdsverwachting de afgelopen jaren nog maar nauwelijks stijgt. Er is dus nog hoop voor de ouderen die van hun ‘oude dag’ willen genieten. Helaas geen ‘Zwitserleven gevoel’ meer want die (financiële) tijden zijn voorbij.

Onlangs heeft het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) onderzocht hoe oudere werknemers denken over langer doorwerken. In totaal zijn 6.800 60-plussers geënquêteerd. Van deze 60-plussers heeft 70% minstens één, door een arts vastgestelde, langdurige ziekte, aandoening of handicap. 17% van de geënquêteerden geeft aan drie of meer aandoeningen te hebben. Ruim 40 procent wordt door gezondheidsklachten in lichte (35 procent) of sterke (9 procent) mate belemmerd in het werk. In Nederland wonen ongeveer 1.5 miljoen mensen tussen de 60 en 67 jaar. Een leeftijd waarop mensen in het verleden werkte veelal met vroeg pensioenregelingen, onder dankzegging van de bewezen diensten, naar huis werden gestuurd. Er heeft zich de afgelopen jaren dus een aanzienlijke vergrijzing op de werkvloer plaatsgevonden. Een vergrijzing die gedeeltelijk opgevangen kan worden doordat men vandaag de dag minder ‘oud en versleten’ is. Echter, gezien de bovenstaande cijfers valt te verwachten dat het ziekteverzuim dan wel de arbeidsongeschiktheid de komende jaren aanzienlijk zal toenemen. Niet alleen het toenemende ziekteverzuim is een aandachtspunt. Veel 60-plussers geven aan boos te zijn dat zij langer moeten doorwerken en voelen zich overvallen door het tempo waarmee de AOW-ophoging gepaard gaat. Eén op de zes geeft aan alle middelen aan te grijpen om minder te werken, ze steken minder energie in het leren van nieuwe collega’s en hebben geen zin meer in het stoppen van energie in persoonlijke ontwikkeling zoals het volgen van cursussen. Een wat mij betreft ongewenste situatie.

De vergijzing op de arbeidsvloer is in 2004 met één pennenstreek op papier ingevoerd. De praktijk is in deze zoals gebruikelijk (financieel) weerbarstiger. Sinds het Museumpleinakkoord uit 2004, waarin VUT en prepensioen fiscaal zo goed als onbetaalbaar werd gemaakt, is er niet veel meer gebeurd. Het ouderenbeleid dat ervoor moet zorgdragen dat ouderen gezond en langer aan het arbeidsproces, tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd, kunnen blijven deelnemen ligt in dezelfde la als waarin het, veelal niet nader uitgewerkte, Museumpleinakkoord ligt. Het langer doorwerken is gezien bovengenoemde enquête een tikkende tijdbom. De vraag is echter waar deze tijdbom tot ontploffing komt. Bij de werknemer, werkgever of beiden? Wat mij betreft bij geen van beiden maar dan moet er wel snel invulling gegeven worden aan een ouderenbeleid waar alle partijen hun voordeel uit kunnen behalen.

Reageren op deze weblog

KVMO  |  Koninginnegracht 19, 2514 AB, Den Haag   |  070 - 383 95 04