Keuzes

09 feb 2015
2152 keer
Keuzes

De GOV|MHB, gesteund door de KVMO, heeft Defensie en de politici in de Tweede Kamer de afgelopen jaren geregeld gewezen op de zorgelijke constatering dat Defensie 'leegloopt' door het hoge irreguliere verloop en de achterblijvende werving. Tot op heden is er met deze waarschuwingen niets gedaan.

Het begint er steeds meer op te lijken dat Defensie zich stilletjes gelukkig prijst met deze ondervulling. Het positieve effect van een ondervulling is namelijk dat men jaarlijks honderden miljoenen Euro's minder aan personele exploitatie hoeft uit te geven. Geld dat ten goede zou moeten komen aan het personeel, maar dat dankbaar wordt gebruikt voor het vullen van de vele (materiele exploitatie) gaten in de defensiebegroting.

Het gevolg van het negeren van de 'leegloop signalen' is dat de vullingsgraad van het personeel steeds verder omlaag loopt en steeds zorgelijkere vormen aan het aannemen is. De toezegging van de minister dat Defensie, de numerus fixus, op 01-01-2016 100% gevuld is, raakt steeds verder uit het zicht. Het merendeel van de defensieonderdelen hebben op dit moment een vullingsgraad van ruim onder de 90%. Als dit jaar het tij van de jarenlange hogere uitstroom – ten opzichte van de instroom van personeel - niet wordt gekeerd, dan zouden de defensieonderdelen wel eens in de buurt van de kritische grens kunnen komen. En dit alles onder het gunstige gesternte van een torenhoge jeugdwerkeloosheid. De trend is duidelijk: er zijn niet genoeg werkzoekende 'geschikten' die bij Defensie willen werken.

Soms verdenk ik het kabinet ervan dat zijn beleid erop is gericht om het aantal ambtenaren door middel van slecht werkgeverschap te laten verminderen. Als je ambtenaren maar lang genoeg 'straft' voor het ambtenaar-zijn keren ze de overheid uiteindelijk vanzelf de rug toe. Dit laatste is sinds jaar en dag een duidelijke trend bij Defensie. Reorganisatiemoe verlaat voornamelijk het jongere personeel de defensieorganisatie, omdat het er geen fiducie meer in heeft. Het lijkt erop dat na Defensie nu ook de sector Rijk aan de beurt is. De door het kabinet toegezegde loonsverhoging, na de jarenlange nullijn, lijkt weer van tafel. Bij de sector Rijk heeft minister Blok aangegeven dat hij alleen maar iets te bieden heeft als er (secundaire) arbeidsvoorwaarden worden ingeleverd. De bekende sigaar heeft hier wederom zijn opwachting gemaakt. Of het nu een onderhandelingstactiek van minister Blok is of kabinetsbeleid, de (Rijks)ambtenaar kan en wil dit niet meer begrijpen. De maat is ondertussen meer dan vol en ook hier zal het personeel hun heil elders gaan zoeken.

Het kan echter ook anders. Afgelopen week liet de Duitse minister van Defensie weten dat voor haar óók de maat vol is. Zij wordt, net als minister Hennis, geconfronteerd met een ondervulling. In tegenstelling tot haar Nederlandse collega gaat zij in plaats van bezuinigen juist investeren in haar personeel en de leefomstandigheden binnen de Bundeswehr. Met behulp van een nieuwe wet moet de Bundeswehr weer aantrekkelijk worden, door onder andere de arbeidsvoorwaarden te moderniseren. Er zal meer rekening worden gehouden met de arbeid, zorg en leefomstandigheden, met als doel het militaire beroep aantrekkelijker te maken. Zo worden onder meer de lonen verhoogd en zal overwerk beter worden betaald. Het uiteindelijke doel van minister Von der Leyen is de Bundeswehr één van de aantrekkelijkste werkgevers van Duitsland te maken. Een loffelijk streven en ik hoop dan ook voor onze Duitse collega's dat hun werkgeefster wel invulling geeft aan het adagium: 'put your money where your mouth is'.

Onze minister beweert ook continue dat zij het aantrekkelijk werkgeverschap en in het verlengde hiervan het modernisering van de arbeidsvoorwaarden hoog in het vaandel heeft staan. In tegenstelling tot haar Duitse collega investeert ze hier tot op heden echter niet in. Als het defensiebudget al omhoog gaat zal dit niet ten goede komen aan het personeel. Eventueel extra geld zal worden ingezet op het operationele product. Op de doelstelling van de beroepsvereniging kan ik mij hier als voorzitter KVMO goed in vinden. Zeker als dit (ook) extra geld voor de Koninklijke Marine betekent. Als vakbondsvoorzitter kan ik het hier uiteraard niet mee eens zijn. Naar mijn mening moet er een juiste balans tussen personeel en inzet worden gevonden worden indien Defensie weer wenst te beschikken over kwalitatief en goed gemotiveerd personeel. Over dit laatste maak ik me dan ook grote zorgen.

De afgelopen jaren heeft minister Hennis zich strikt gehouden aan de nullijn die het kabinet de ambtenaren heeft opgelegd. Het kabinet heeft de minister echter een 'achterdeurtje' gegeven om toch wat te doen voor het defensiepersoneel indien dit binnen het personeelsbudget kan worden gevonden. In een Kamerbrief van 18 september 2014, de personeelsrapportage 2013, geeft de minister echter aan "Tijdens de voorbereiding van de Begroting 2013 heeft een integrale afweging plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van middelen. In 2013 is het personeelsbudget vastgesteld op basis van de verwachte personele vulling, niet op basis van de bestaande formatie. Hierdoor was er geen sprake van een overschot op het budget bestemd voor personeel". Kort gezegd, het personeelsbudget wordt afgeroomd zodat er geen extra budget is het personeel.

Een duidelijk signaal van onze minister en een teken aan de wand voor het defensiepersoneel: in Nederland geen navolging van Duitsland.

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04