Leidt gebrek aan interdepartementale solidariteit tot een veiligheidsgevaar?

20 feb 2017
1680 keer
Leidt gebrek aan interdepartementale solidariteit tot een veiligheidsgevaar? Bron foto: Pixabay.com
Precies één jaar geleden vroeg ik in mijn weblog ‘In the line of duty’: oproep voor een Nationaal Fonds Ereschuld’ aandacht voor ‘frontlinie ambtenaren’ die door hun ‘in the line of duty’ werkzaamheden lichamelijk en/of psychisch gewond zijn geraakt en de gevolgen daarvan, veelal hun hele leven lang, dagelijks ervaren. De weblog, die in de top vijf staat van mijn meest gelezen weblogs, heeft veel aandacht gekregen in de media. Bij zoveel media-aandacht hoop je dat er wat met de suggestie wordt gedaan. Immers, het onderwerp ‘leeft’, want anders zou er niet zoveel aandacht voor zijn geweest. Naar aanleiding van de weblog hebben de vier Centrales van Overheidspersoneel op 30 mei 2016 een gezamenlijke brief verstuurd aan de minister van Binnenlandse Zaken, Ronald Plasterk. In deze brief vragen de Centrales de minister om gezamenlijk nader te onderzoeken of er een Nationaal Fonds Beroepsziekten kan worden opgericht.

Niet alleen de vakcentrales hebben de wens voor een fonds omarmd. Ook in politiek Nederland blijken er voorstanders te zijn: het CDA heeft in haar verkiezingsprogramma namelijk opgenomen dat het een Nationaal Fonds Ereschuld wil voor alle militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens hun missies in het buitenland.

Naast het CDA hebben de Kamerleden Eijsink (PVDA) en Teeven (VVD) op 29 juni vorig jaar een (aangenomen) motie ingediend waarin zij de regering verzoekt ‘te onderzoeken hoe de nog te verwachten aanvullende schadeclaims van veteranen anders dan uit de defensiebegroting bekostigd kunnen worden’.
Op 27 januari jl. stuurde minister Hennis een brief naar de Tweede Kamer waarin zij schreef dat vanwege interdepartementale afstemming meer tijd nodig is dan voorzien. Zij beloofde voor 14 februari jl. de Kamer te kunnen aangeven of toekomstige schadeclaims niet meer vanuit de defensiebegroting zouden worden bekostigd. Op 13 februari jl. moest de minister de Kamer echter per brief melden dat ze ook niet voor 14 februari jl. uitsluitsel kon geven. Met andere woorden: in deze kabinetsperiode gebeurt er dus niets met de aangenomen motie.

Helaas verbaast mij dit niet. Minister Plasterk heeft nooit formeel gereageerd op het voorstel van de Centrales om samen met hem te bezien of er een Nationaal Fonds Beroepsziekten kan worden opgericht. Informeel hebben we te horen gekregen dat andere departementen hier niets in zien. En dit is vanuit het standpunt van deze departementen, met uitzondering van V & J, wel te begrijpen. Zij hebben voornamelijk ambtenaren die achter bureaus zitten. De kans dat je daardoor getraumatiseerd of gehandicapt raakt is niet zo groot. Waarom zouden zij hier dan wel aan mee moeten betalen?

En zo blijven de zorgen, zoals minister Hennis-Plasschaert die op 20 juni vorig jaar uitte, over de hoge kosten die gemoeid zijn met het toekennen van compensatie aan veteranen, bestaan. Huidige claims passen volgens de minister nog wel binnen de defensiebegroting. ‘Maar’, verklaarde zij vorig jaar, ‘als dit, met de hoeveelheid van uitspraken en gevolgen daarvan, een nog grotere belasting wordt dan het al is, zie ik niet waar ik het vandaan moet halen’.
Eén ding is ondertussen zeker: niet bij andere departementen want daar zijn de topambtenaren, die veilig achter hun bureaus zitten, met steun van hun ministers, van mening dat frontlinie ambtenaren niet op interdepartementale solidariteit hoeven te rekenen. Oftewel ‘eigen schuld, dikke bult, het is je eigen keuze om niet veilig achter een bureau te gaan zitten’. Wat deze bureauambtenaren zich echter niet realiseren is dat als militairen, agenten enz. allemaal veilig achter een bureau gaan zitten dat het dan gedaan is met de veiligheid van Nederland. Het gebrek aan interdepartementale solidariteit en inlevingsvermogen begint dan ook een steeds groter gevaar te worden voor onze samenleving.

Reageren op deze weblog

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04