Het waarderen en behouden van onze kennis en kunde: een adaptieve droom?

26 juni 2017
352 keer
Het waarderen en behouden van onze kennis en kunde: een adaptieve droom?
Afgelopen week was een echte ‘voorzitters’ week. Elke dag op pad met veel externe contacten. Zo was ik onder meer bij de presentatie van het boek ‘In het diepste geheim’ van Jaime Karremann (eigenaar van www.marineschepen.nl). Het boek beschrijft het wel en wee aan boord van onze onderzeeboten tijdens spionage-operaties van 1968 tot 1991. Het boek geeft een goed inzicht in het nut en de noodzaak van onderzeeboten voor onze (economische) veiligheid op en vanuit zee.

Nut en noodzaak, die ook heden ten dage voor onze veiligheid van groot belang is: onderzeeboten zijn het (onzichtbare) precisiewapen dat, als men strategisch invloed wil uitoefenen, overal ter wereld kan worden ingezet. Ik ga er dan ook vanuit dat de politiek op korte termijn een besluit neemt over de vervanging van onze huidige onderzeeboten. Want dan blijft onze unieke 111-jarige kennis en kunde niet alleen voor Nederland, maar ook voor de NAVO-bondgenoten behouden. Deze kennis en kunde zijn van groot belang voor de bescherming van de Nederlandse belangen in de komende decennia. Het opbouwen ervan duurt vele tientallen jaren maar het verlies ervan geschiedt in veel kortere tijd. Iets waarmee onze politiek de afgelopen jaren helaas geen enkele rekening heeft gehouden. Door het continue bezuinigen op de krijgsmacht is al veel kennis en kunde verloren gegaan, terwijl we die, slechts enkele jaren later, keihard nodig hebben bij Defensie.

Kennis en kunde is de basis van het militaire beroep. Met opleiden, trainen en operationele ervaring opdoen wordt de militair in de loop der jaren gevormd. Kennis en kunde zijn essentieel om onze defensieorganisatie op een hoog niveau te kunnen blijven houden. Voor het behoud van deskundig (jong) personeel is het dan ook essentieel dat de organisatie weet wat er leeft bij onze jonge militairen. De militair is bijzonder. Het militair zijn is een roeping, die niet breed gedeeld wordt in onze samenleving. Het klakkeloos kopiëren van ontwikkelingen in de arbeidsmarkt zou dan ook wel eens verkeerd kunnen uitpakken, niet alleen omdat Defensie hier niet de (financiële) middelen voor heeft maar ook omdat er geen draagvlak voor is bij het unieke personeel.

Vorig week schreef ik in mijn weblog dat de jeugd de adaptieve toekomst heeft. Hoe kijken onze jonge militairen hier naar? Komt hun visie overeen met het ‘in het diepste geheim’ bedachte concept bij de centrale organisatie? Het zal u niet verbazen dat onze jongeren een totaal ander denkbeeld hebben bij het Haagse adaptieve concept. Daar waar de basis van het Haagse plan van buiten naar binnen denkt, denkt de jeugd precies andersom. De basis van de adaptieve krijgsmacht moet 100% vulling zijn met een extra externe capaciteit (10-20%), die nodig is om maatwerk te kunnen leveren, op het moment dat de krijgsmacht of de militair dit noodzakelijk acht. Maatwerk dat alleen kan worden geleverd als er decentraal goede (loopbaan) afspraken met elkaar kunnen worden gemaakt. Ook dit staat haaks op het Haagse gedachtegoed, dat juist verdere centralisatie en dus meer afstand van de werkvloer tot gevolg heeft. Onze jongeren barsten van de innovatieve, adaptieve ideeën, die in mijn ogen een kans moet kunnen krijgen.

Het wordt tijd dat zowel de werkgever als de bonden met onze jonge kanjers om de tafel gaan zitten. Kanjers die ik afgelopen vrijdag op het KIM heb mogen feliciteren bij de uitreiking van hun bachelor diploma. Op deze wijze kunnen de in het diepste geheim ontsproten Haagse ideeën worden fijn geslepen met bottom up creatieve ideeën. Droom ik nu hardop of zou een adaptieve organisatie, die Defensie zo graag wil worden, dit als een moderne en aantrekkelijke werkgever moeten omarmen?

Reageren op deze weblog>>

KVMO *** Wassenaarseweg 2 *** 2596 CH Den Haag *** T: 070 - 383 95 04 *** E: