‘Ophokplicht’ ambtenaren werkt niet stimulerend

30 okt 2017 KLTZ Marc de Natris
352 keer
staatssecretaris Barbara Visser staatssecretaris Barbara Visser
Afgelopen donderdag is er met militair eerbetoon afscheid genomen van minister Dijkhoff en zijn de nieuwe bewindslieden, minister Bijleveld en staatssecretaris Visser, met militair eerbetoon op het ministerie verwelkomd. Ik wil de nieuwe bewindslieden veel succes toewensen want er liggen de nodige uitdagingen op hen te wachten. Ik ben blij dat Defensie weer beschikt over een staatssecretaris. Gezien de personele problemen bij Defensie en een boeggolf aan investeringen, waar de komende jaren eindelijk invulling aan moet worden gegeven conform het doen van aanpakkabinet Rutte III, zijn de extra handjes meer dan welkom.

Rutte III breekt met de traditie van de afgelopen jaren om het goede voorbeeld, aan de politieke wens van een kleinere overheid, te geven. Het aantal ministers en staatssecretarissen is in Rutte III namelijk met 21% gegroeid. Ten opzichte van Rutte II zijn er drie ministers en 1 staatssecretaris bijgekomen. Ik ben benieuwd hoe dit op de verschillende ministeries waar een uitbreiding heeft plaatsgevonden wordt opgelost. Op de ministeries wordt namelijk een werkpleknorm van maximaal 0,7 per medewerker aangehouden. In het geval van Defensie zou dit inhouden dat er dus maar 1,4 werkplekken beschikbaar zijn voor de nieuwe minister en haar staatsecretaris. Tenminste, als zij het goede voorbeeld willen geven aan hun ambtenaren.

Sinds 2012 is de gemiddelde werkplekruimte, onder de noemer het nieuwe werken, op kantoren gehalveerd. Veel ambtenaren zijn niet gelukkig met deze ‘ophokplicht’. Een ‘ophokplicht’ die niet wordt ingegeven door het nieuwe werken maar het motief kostenbesparing heeft. Immers, door het invoeren van de werkpleknorm en het thuiswerken wordt er aanzienlijk bespaard op het aantal m2 werkoppervlakte, desktops, energie enz.

Door veel ambtenaren worden de nieuwe ontwikkelingen niet als een verbetering ervaring. De dag thuiswerken wordt over het algemeen gewaardeerd, maar de nieuwe kantooromgeving wordt als niet wenselijk ervaren. Iedere dag is het weer afwachten of er een werkplek beschikbaar is. Heeft de trein vertraging en je komt te laat binnen, dan is de kans groot dat je door het pand moet gaan dwalen op zoek naar een werkplek. Een werkplek die niet garandeert dat je in de nabijheid van collega’s zit. Een collega(s) die bijvoorbeeld essentieel is voor afstemming. Bellen op de werkplek wordt als storend ervaren of het is niet voor andermans oren bedoeld. Wil je je concentreren dan is het maar de vraag of er ruimte is in de speciaal ingerichte stille werkomgeving. Het spontaan langskomen dan wel op kantoor uitnodigen van mensen is lastig en veel ambtenaren schamen zich voor de omstandigheden waaronder dit vandaag de dag geschiedt. Veelal wordt dit dan ook buitenshuis gedaan. Met als gevolg reiskosten en verloren uren. Ik moet er toch niet aan denken dat ik bij de ingang van een ‘kantoortuin’ of nabij het toilet moet werken. De hele dag lopen mensen voorbij die je groeten en even een praatje met je maken. Goed voor de sociale contacten, maar van werken komt er dan niet veel terecht.

Het is dan ook maar de vraag of de ‘ophokplicht’ kostenbesparend is. Een ‘ophokplicht’ die door Rutte I is afgekondigd, omdat er in de toekomst minder ambtenaren zullen zijn en het flexwerken zijn intreden doet. De wens om het aantal ambtenaren te verminderen is een lang gekoesterde politieke wens waaraan de politiek zelf geen invulling geeft. Bij ieder incident wordt er een ambtelijk controle apparaat opgericht of uitgebreid om herhaling in de toekomst te voorkomen. Ook op het gebied van het thuiswerken lees je de laatste tijd andere signalen. In de Volkskrant was onlangs het artikel Thuisweken is zo passé te lezen, omdat samenwerken essentieel is voor een goed resultaat. Daarnaast blijft de wens om personeel te controleren een belangrijke rol spelen. Voorlopig gaat het ophoktendens gewoon door. Zo verhuist bijvoorbeeld de DMO naar de Kromhoutkazerne en in het kader van de door ontwikkeling krijgsmacht mag het personeelsbestand bij Defensie weer toenemen. De kazernes worden echter niet groter!
Of ophokken kostenbesparend is durf ik te betwijfelen. Als personeel niet optimaal kan werken zijn de resultaten hier ook naar. Over de minister en staatssecretaris maak ik me echter geen zorgen: voor hen zal een optimale werkomgeving worden gecreëerd: aan het goede ‘ophokplicht’ voorbeeld zal door hen geen invulling worden gegeven.

KVMO *** Wassenaarseweg 2 *** 2596 CH Den Haag *** T: 070 - 383 95 04 *** E: