De staat van het defensiematerieel

27 nov 2017
259 keer
Archieffoto ARA San Juan Archieffoto ARA San Juan Bron foto: Martin Otero - Naval Base Mar del Plata, CC BY 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1807909
Tijdens de behandeling van de defensiebegroting in de Tweede Kamer viel mij weer eens op dat veel partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum van mening zijn dat de wereld er een stuk onveiliger op is geworden door het toedoen van het Westen. Als het Westen zich niet zo agressief zou gedragen zou er sprake zijn van minder terreur en oorlogen. Alsof als u en ik onze ogen sluiten voor hetgeen gebeurt op deze wereld en wij veilig achter onze dijken blijven. De oplossing is volgens deze politieke partijen simpel: we moeten geen grote nieuwe wapensystemen aanschaffen want hiermee geven wij als Nederland een signaal af dat alle andere landen gaan volgen. En zo leven we met zijn allen nog lang en gelukkig.

Of het voor het defensiepersoneel ook ‘lang zal ze leven’ wordt is nog even afwachten. Minister Bijleveld heeft tijdens de begrotingsbehandeling toegezegd begin volgend jaar met een nieuwe Defensienota te komen. Op verzoek van linkse partijen worden er eerst rondetafelconferenties gehouden. ‘Heel Nederland’ mag weer meedenken over hoe onze Defensie er de komende jaren moet gaan uitzien. Het valt mij op dat dit altijd bij Defensie gebeurt, het qua budget één na kleinste ministerie. Ik zou wel een keer willen meepraten over de toekomst van andere ministeries. Het ministerie van Financiën lijkt mij wel een mooi departement om mee te gaan beginnen!

Het gevolg van de rondetafelconferenties en het schrijven van een nieuwe Defensienota is dat vervangingen dan wel uitbreidingen van defensiematerieel weer even op zich laten wachten. De onduidelijkheid voor het personeel houdt zo aan terwijl er legio werkgevers zijn die op dit moment aan het defensiepersoneel trekken. Deze gewaardeerde aandacht heeft zijn effect op de uitstroom van personeel: het aantal vacatures bij Defensie wordt er niet minder op.

De afgelopen week was er in de media veel aandacht voor militaire ongevallen. In de Pacific stortten twee Amerikaanse vliegtuigen neer, waarbij dodelijke slachtoffers vielen te betreuren. Eén van deze vliegtuigen, een type C-2 Greyhound, was meer dan vijftig jaar oud en stond op het punt vervangen te worden. De meeste aandacht ging (en gaat nog steeds) uit naar de bemanning van de Argentijnse onderzeeboot San Juan. Heel de week hield de wereld haar adem in en hoopte dat de onderzeeboot alsnog naar boven zou komen dan wel op tijd gevonden zou worden. Ieder geluid dat in de San Jorgegolf als niet natuurlijk werd beschouwd was een moment van hoop. Een onderzeeboot blijft voor velen iets magisch hebben. Er zijn genoeg films over onderzeeboten met heroïsche bemanningen die diep onderwater vechten om te overleven. In deze films loopt dit meestal goed af. Helaas is voor de bemanning van de San Juan deze kans nog maar zeer klein en blijft zij waarschijnlijk op patrouille totdat de (restanten van de) onderzeeboot wordt gevonden.

In de krant las ik dat de Argentijnse regering woedend is op de chef van de Argentijnse marine. Zo werd de minister van Defensie Oscar Aguad pas 48 uur ná de melding van de kapitein van de San Juan over problemen aan boord, geïnformeerd. Hij wil weten of de duikboot, die in 1983 te water werd gelaten, nog steeds is uitgerust met zijn oorspronkelijke Duitse accu’s. Dit vind ik bijzonder. Als minister van Defensie moet je toch weten wat de staat is van het materieel. De San Juan is/was 34 jaar oud en dus bejaard te noemen. Had deze onderzeeboot al niet moeten worden vervangen en reeds tot scheermesjes moeten zijn verwerkt?

In Argentinië wordt sinds 2011 gesproken over het vervangen van de onderzeeboten. Dat doet me aan iets denken. Ik ben schijnbaar de enige. Afgelopen week zijn tijdens de begrotingsbehandeling Defensie veel moties ingediend, echter niet één ging over de staat van het defensiematerieel.

Reageren op deze weblog>>

KVMO *** Wassenaarseweg 2 *** 2596 CH Den Haag *** T: 070 - 383 95 04 *** E: