Goudgerand of toch niet?

05 mrt 2019
585 keer
Goudgerand of toch niet?
Onlangs is het arbeidsvoorwaardenoverleg weer gestart. Een overleg dat van groot belang is voor zowel Defensie als haar personeel. Een overleg waar de nodige druk op staat daar, nog maar, 48.000 defensiemedewerkers verwachten dat door middel van een goede cao de vanuit het kabinet beloofde koopkrachtverbetering alsnog wordt verkregen. Een koopkrachtverbetering die alleen maar kan worden behaald als er sprake is van een aanzienlijke loonsverhoging. Één van de mogelijkheden om het kabinet te overtuigen dat er extra geld ter beschikking moet worden gesteld aan Defensie is de door minister Hennis in de Tweede Kamer toegezegde pakketvergelijking.

In de afgelopen jaren worden de militaire arbeidsvoorwaarden omschreven als ‘goudgerand’. Menig ambtenaar bij Financiën en Binnenlandse Zaken, maar ook bij Defensie, is van mening dat de militair met zijn UKW een goudgerande arbeidsvoorwaarde heeft. Dit 'goudgerande' betreft de AOW-5. Of te wel, de militair mag 5 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd stoppen met werken en ontvangt een UKW-uitkering van 79,79% van zijn laatst verdiende salaris. Gedurende de UKW-periode bouwt de militair 50% pensioen op. In dit artikel ga ik de UKW vergelijken met de PAS-regeling (Partiële Arbeidsparticipatie Senioren) van burgerambtenaren. Wat kost de UKW en wat zijn de kosten van de verschillende PAS-regelingen?

Is de bijzondere positie van de militair echt goudgerand zoals wordt beweerd?
Wat de bovenstaande ambtenaren veelal vergeten is dat burgerambtenaren een PAS-regeling hebben. Een regeling waarbij zij tegen het inleveren van salaris vanaf de 58 jarige leeftijd minder kunnen gaan werken zonder dat dit, in tegenstelling tot de militair, van invloed is op de opbouw van hun pensioen. De sectoren Defensie, Rijk en Politie kennen een dergelijke regeling. Hoe verhoudt dit zich tot onze UKW? In tabel 1 wordt inzichtelijk gemaakt wat de financiële gevolgen zijn van het minder gaan werken in de verschillende PAS-regelingen in relatie tot de militaire UKW.

Sector  Leeftijd Minder werken Inleveren
loon
Pensioenopbouw Vakantie-uitkering EJU
 Politie   vanaf 58   33,3%  16,7%  100%  100%  83,3%
 Rijk  vanaf 58  15,8%   5%/1%   100% 100%  100%
 Militair  AOW-5  100%  20%  50%  80%  80%
 Def-burger  vanaf 58  15,8/36,8%  5/10%  100%   95/90%  95/90%

Tabel 1 weergave van de gevolgen op het inkomen tgv van het minder gaan werken

In de tabel 1 ziet u dat er sprake kan zijn van verschillende percentages. Dit is afhankelijk van de leeftijd en het aantal uren dat er minder gewerkt wordt. Bijvoorbeeld: voor sector Rijk geldt dat als men op 58 jarige leeftijd 15,8% minder gaat werken men 5% salaris inlevert. Op 61 jarige leeftijd is dit nog maar 2%. Bij Defensie geldt dat als men op 58 jarige leeftijd 15,8% minder gaat werken men 5% salaris, vakantie-uitkering en EindeJaarsUitkering (EJU) inlevert. Als men op 61 jarige leeftijd 36,8% minder gaat werken levert men 10% loon, vakantie-uitkering en EJU in.

Een aanzienlijk financieel voordeel van de PAS-regeling ten opzichte van de UKW is dat de pensioenopbouw 100% blijft. Burgerambtenaren hebben hierdoor een financieel voordeel van ruim 8% op jaarbasis ten opzichte van gewezen militairen omdat de werkgever bij hen de volledige werkgeversbijdrage voor het pensioen blijft betalen. Ook voor de vakantie-uitkering en EJU geldt dat hier ten opzichte van de militair voordeel wordt behaald omdat dit percentage niet of maar gedeeltelijk wordt belast.

De komende jaren ligt de AOW-leeftijd boven de 66 jaar. Voor de militair geldt dat deze vanaf 61 jarige leeftijd met UKW mag gaan. Bij sector Rijk geldt dan een ambtenaar van 61 jaar 2% salaris inlevert om 15,8% minder te gaan werken. Op 61 jarige leeftijd kan de Defensiemedewerker bij inlevering van 10% loon 36,8% minder gaan werken. Voor de politie is er geen verschil vanaf 58 jaar levert men 16,7% loon in om 33,3% minder te gaan werken.

Afhankelijk van de leeftijd kan bij benadering worden berekend hoe ‘goudgerand’ of te wel de kosten van de verschillende regelingen zijn. Dit wordt in onderstaande schema op 58 jarige leeftijd, dus 8 jaar, en op het AOW-5 moment zoals voor militairen in de nieuwe diensteinderegeling geldt weergegeven. Het pensioenvoordeel t.o.v. de militair is afhankelijk van het aandeel minder werken. Dit wordt eveneens berekend voor de EJU en het vakantiegeld. Alles bij elkaar opgeteld betreft dit x % loonvoordeel afhankelijk van de leeftijd, vermenigvuldigd met het aantal jaar dat van toepassing is.

Sector Leeftijd  Minder werken Voordeel loon Pensioen-
voordeel 
Vakantie-
uitkering /
EJU
Totaal X jaren  Waarden
 Politie  58  33,3% 16,7%  5,8% 4,2 % 26,7% x 8  214%
 Rijk  58  15,8%  10,8%  2,75%  2,6%  16,15% x 8  129%
 Rijk  61  15,8%  13,8%  2,75%  2,6%  19,15% x 5  96%
 Militair  AOW-5  100%  79,79%  -8,41%  -  71,38% x 5  357%
 Def-burger  vanaf 58  15,8%  10,8%  2,75%  1,8%  15,35% x 8  123%
 Def-burger  vanaf 61  36,8%  26,8%  6,41%  4,5%  37,71% x 5  189%

Tabel 2 Wat zijn de kosten van de verschillende regelingen

In tabel 2 is af te lezen, 100% is het equivalent van één jaarsalaris, wat de kosten zijn van de verschillende regelingen en hoe de ‘goudgerande’ bijzondere positie zich verhoudt t.o.v. de Politie, Sector Rijk en de Defensieregeling. Mocht de AOW-leeftijd stijgen dan nemen de kosten van de overige regelingen toe terwijl deze bij de militair gefixeerd zijn op AOW-5.

Conclusie: als men op basis van de werkgeverskosten onze UKW, die voortvloeit uit de bijzondere positie militair, met de PAS-regelingen vergelijkt dan blijkt deze niet zo ‘goudgerand’ te zijn als menig ambtenaar denkt. Daarnaast is het opvallend dat alleen bij de militair sprake is van minder pensioenopbouw.

Reageren op deze weblog>>

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04