Zr. Ms. Adder

Zr.Ms. Adder

Op 10 april 1883 is de “Vereniging tot behandeling van de op de zeemacht betrekking hebbende onderwerpen” opgericht, voorloper van de huidige KVMO. De aanleiding hiervoor was het vergaan van de rammonitor Zr. Ms. Adder als gevolg van technisch-operationele en veiligheidsgebreken.


De Ramp

Op woensdagavond 5 juli 1882 om ca. 21.00 uur verging de rammonitor Zr. Ms. Adder op 4,5 mijl uit de kust van Scheveningen. Bij de ramp (de grootste ramp bij de Koninklijke Marine in vredestijd) kwamen alle 65 opvarenden om het leven.

Zr. Ms. Adder vertrok 's avonds op 4 juli 1882 voor een routinereis naar Hellevoetsluis van Amsterdam en voer naar Buitenhuizen waar het schip voor de nacht afmeerde. De volgende dag, woensdag 5 juli, vertrok Zr. Ms. Adder uit Buitenhuizen en voer om half 10 's morgens langs IJmuiden naar zee, voor de reis naar Hellevoetsluis. De rammonitor was niet bepaald een goed zeewaardig schip en daarom mocht een dergelijke reis alleen uitgevoerd worden bij goed weer.

Op genoemde woensdag stond er eerst een zuidelijke wind, en viel er een lichte motregen, op zich geen reden om niet uit te varen. Na 12 uur veranderde de wind plotseling naar westzuidwest, met een zo hevige kracht dat de regenwolken weggevaagd werden en er een heldere zonneschijn verscheen. Tegen drie uur die middag woei het hard.

Zr. Ms. Adder werd volgens verschillende berichten, gedurende de zeereis die dag en vanaf diverse plaatsen langs de kust in de Noordzee gezien. Het schip werd bijvoorbeeld die middag om 4 uur opgemerkt ter hoogte van Hotel Garni te Scheveningen en om zes uur zag schipper Arie ’t Hart van de visschokker ‘Ondernemening’ uit Zwartewaal de Adder niet veel verder ook ter hoogte van Scheveningen; de monitor vorderde toen dus niet echt en de zee sloeg over het gehele schip, tot zelfs over de schoorsteen. Er stonden drie mannen op de brug en het schip voerde ook geen noodsein. Hij passeerde de Adder aan de landzijde en merkte op dat het schip slecht stuurde en veel gierde.

Om acht uur passeerde de bomschuit de “Twee Gezusters” van schipper Bram Den Dulk de monitor aan de landzijde op een afstand van ongeveer 500 mtr. Schipper den Dulk maakte lijnen gereed om de monitor te assisteren zodra er van het vaartuig hulp zou worden verlangd.

Het was voor de schipper inmiddels duidelijk dat het vaartuig in nood verkeerde, de zeeën sloegen immers over het vaartuig en alleen de toren was nog zichtbaar. Een half uur later (dus ca. half negen), toen schipper Den Dulk inmiddels ten noorden van de monitor was aangekomen, werden aan boord van de monitor vuurpijlen afgeschoten. Het afsteken van de vuurpijlen en het stakelvuur duurde bij elkaar ca. een half uur.

Toen werd een vlamvuur waargenomen, dat zich uiteindelijk in damp oploste.
Dit deed Den Dulk en zijn bemanning opmerken: “Nu is er een ongeluk gebeurd!”
Voor het precieze tijdstip van de ramp werd later, naast de mededelingen van deze getuige, gebruikgemaakt van de tijd die het stilstaande horloge van de loods Duinker aangaf; dat was 21.10 uur.

 

KVMO *** Wassenaarseweg 2 *** 2596 CH Den Haag *** T: 070 - 383 95 04 *** E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.