Daar waar onze Belgische collega’s reeds de eerste stappen hebben gezet blijven onze Haagse politici maar dralen. Veiligheid op en vanaf zee is voor een export- en maritieme land als Nederland van groot economisch belang. Een belang dat door onze politici sinds jaar in jaar niet wordt onderschreven met als gevolg dat Nederland op dit moment over de kleinste en oudste vloot ooit beschikt.
Ook het toegekende budget aan de KM, in 2018, is geen reden voor een feestje. Het budget voor 2018 daalt met 8 miljoen euro. Er is niet eens extra geld gegeven om de inflatie en de stijgende lonen als gevolg van een eventuele cao te kunnen bekostigen. Het wordt dan wederom een zwaar operationeel jaar voor onze KM en haar personeel. Het wordt weer ‘de tering naar de nering zetten’ terwijl het aantal taken voor veiligheid op en vanaf zee de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen.
Schijnbaar gaat de politiek er nog steeds vanuit dat het marinepersoneel het met de gratis ‘can do’ mentaliteit gaat oplossen. Dit is niet meer aan te orde. Met de duizenden vacatures bij Defensie is de maximale ‘can do’ flexibiliteit reeds opgesoupeerd.
De Koninklijke Marine en haar personeel leven dan ook ‘tussen hoop en vrees’. De hoop dat Rutte III wel de meerwaarde van onze Koninklijke Marine ziet en substantieel gaat investeren of de vrees dat de ‘geknipt en geschoren’ marine alle zeilen bij moet zetten om haar verouderde vloot varende en operationeel te houden.