Vliegdekschip
U.S. Navy photo by Chief Mass Communication Specialist Julie R. Matyascik)

Vliegdekschip

Komkommertijd. Toch even nieuws scrollen en dan valt de blik op een BNR-bericht over het proefballonnetje van een vliegdekschip. Tijdens het laatste commissiedebat materieel van de vaste Kamercommissie Defensie werd dat vliegdekschip (eigenlijk horen we vliegkampschip te zeggen) door de woordvoerder van de VVD ingebracht.[1] Staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman maakte hier in zijn reactie meteen korte metten mee door te benoemen dat een vliegkampschip te duur is en onnodig, omdat de NAVO dit niet van ons vraagt.

Bij BNR is hier aandacht voor wanneer de radiozender op 9 augustus daarover in gesprek gaat met HCCS defensiespecialist Patrick Bolder.[2] En dat kan hij op 12 augustus dunnetjes overdoen bij de Telegraaf.[3] Evenals de staatssecretaris wijst Bolder op de hoge kosten en dat de NAVO het niet van ons vraagt. Bovendien geeft hij aan dat zulk materieel in het huidige dreigingsbeeld voor Europa niet nodig is. Immers, het verdedigen van ons grondgebied kan goedkoper en makkelijker met vliegtuigen vanaf Europese vliegvelden. En eerlijk is eerlijk, dat zijn op zichzelf valide argumenten. Nu ga ik hier absoluut niet pleiten voor een vliegkampschip, maar het is wel belangrijk om te constateren dat de argumenten van Tuinman en Bolder niet volledig zijn. 

De discussie over een vliegkampschip wordt namelijk verkeerd om gevoerd. Het idee is ambitieus, maar het gesprek hierover moet niet beginnen met middelen. De discussie zou moeten gaan over welke strategische doelen we als Nederland hebben, op welke wijze we die doelen willen behalen en dan pas welke middelen we daarvoor nodig hebben. In jargon hebben we het dan over ends, ways and means. Daar gaat het mijns inziens dan ook mis. Bolder stelt bijvoorbeeld dat Europese landen, die nog wel vliegkampschepen hebben, veelal taken hebben in overzeese gebiedsdelen – gemakshalve vergetend dat er ook een Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden is. Gebiedsdelen die overigens ook buiten het verdragsgebied van de NAVO vallen en dus nooit op zouden komen in diens capability targets. Want ook dat is een aspect waar makkelijk overheen gestapt wordt. ‘De NAVO vraagt het niet van ons, dus is het niet nodig.’ Dat klopt zolang het gaat over verdediging van het verdragsgebied. Maar hier hebben we al meermaals op gewezen: onze grondwettelijke taak gaat over verdedigen en beschermen van de belangen van het Koninkrijk. Dat reikt verder dan alleen het Nederlandse grondgebied en dat van haar bondgenoten en betekent dat strategische doelen ook een bredere scope verdienen dan alleen doelen die passen binnen de context van de NAVO.

'Onze grondwettelijke taak reikt verder dan alleen het Nederlandse grondgebied en dat van haar bondgenoten'

Wanneer we kijken naar de Europese pijler binnen die alliantie, of naar ontwikkelingen in de EU, dan is het niet vreemd dat men binnen het strategische doel van meer autonomie concludeert dat Europese landen meer in staat moeten zijn om macht te projecteren. Dan zou een conclusie kunnen zijn dat een Europese carrier strike group daar een onderdeel van moeten zijn. Vervolgens kan men nadenken over welke rol Nederland daarbinnen zou kunnen en moeten spelen. In het verleden was daar een European Carrier Group Interoperability Initiative (ECGII) voor. Nederlandse participatie weer nieuw leven in blazen zou bijvoorbeeld geen verkeerde keuze zijn en illustreert hoe moderne maritieme slagkracht niet ligt in eigen platforms, maar in verbonden netwerken van capaciteiten. Dit initiatief is efficiënt, flexibel en in lijn met de Nederlandse rol binnen NAVO /EU. De staatssecretaris benoemt in zijn bijdrage in het commissiedebat dat de Amfibische Transportschepen ook een rol krijgen in die expeditionaire afschrikking, met behulp van een toolbox aan onbemenste systemen. Het is dan ook interessant om te kijken hoe landen als Portugal en Zuid-Korea aan de slag gaan met de bouw van drone-carriers. Maar ook een land als Iran doet dat. 

Voor de volledigheid: dit is geen pleidooi voor het herintroduceren van een vliegkampschip bij de marine, maar het is vooral een pleidooi eerst serieus het debat aan te gaan over de strategische doelen. In 2010 kwam het rapport Strategische Verkenningen uit. Nog steeds een zeer lezenswaardig rapport.[4] De bijlage met strategische schokken leest ondertussen meer als een bingokaart dan een optelsom van zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Aan het einde van dat rapport staan vijf strategische vragen voor politiek en beleidsmakers. De vijfde vraag is: ‘Welke afhankelijkheden van andere landen kan Nederland op veiligheids- en defensiegebied aanvaarden? Tot welk punt willen we onze autonomie behouden?’ Misschien wordt het tijd om deze vraag eens écht te beantwoorden, in plaats van ons te verschuilen achter de conclusie dat ‘de NAVO het niet van ons vraagt’.

 

Noten

[1] Materieelprojecten | Tweede Kamer der Staten-Generaal

[2] Plan voor Nederlands vliegdekschip is onbetaalbaar proefballonnetje: 'Klinkt leuk, maar je hebt er niks aan’ | BNR Nieuwsradio

[3] Dit is waarom Nederland nooit meer een vliegdekschip moet krijgen | De Telegraaf

[4] Eindrapport Verkenningen | houvast voor de krijgsmacht van de toekomst

KVMO  |  Koninginnegracht 19, 2514 AB, Den Haag   |  070 - 383 95 04 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.