Oók in Groningen was men verbaasd. Ik kreeg vragen als ’beschikt Nederland in 2035 nog wel over een Koninklijke Marine?’ maar ook de vraag of ik het signaal over de staat van Defensie wel kenbaar maak bij politici. Me dunkt! Op de voorpagina van de Telegraaf, petities, rondetafelgesprekken, individuele gesprekken met Kamerleden: ik loop de deur nog net niet plat!
De opvallendste vraag van de avond kwam van iemand die marinier wil worden maar zich afvroeg of hij niet beter naar het Vreemdelingenlegioen kon gaan, want daar kon hij misschien meer betekenen, omdat dit legioen beter is uitgerust. Ik heb ondanks de staat van onze defensieorganisatie toch geadviseerd in de wereld die marine heet te stappen.
Tijdens de lezing heb ik de situatie in het huidige Europa vergeleken met die van het Romeinse Rijk van 1600 jaar geleden: een Europese Unie die het hoogtepunt achter de rug heeft en haar invloed, rijkdom en welvaart steeds verder ziet afnemen. Een EU die zich aan alle kanten overvleugeld ziet worden door Aziatische landen die zich aan het bewapenen zijn om hun landgenoten ook in de toekomst van grondstoffen en eten te kunnen blijven voorzien. Landen die duidelijk een toekomstvisie hebben en hierin investeren.
De slag om de Indische Oceaan is in volle gang tussen India en China, met als speerpunt de Malediven die ‘toevallig’ gepasseerd moeten worden als men vanuit Straat Malakka naar Oost Afrika wil varen. In Nederland lees je hier niet veel over. Het nieuws in Nederland gaat over een Senaatslid dat op vakantie is op – toevallig - de Malediven en dat misschien wel de beslissende stem zou kunnen hebben in de nieuwe donorwet , waar al weken over wordt gedebatteerd. In mijn ogen overigens totaal overbodig. De oplossing is simpel: bent u (langdurig) geregistreerd als orgaandonor dan komt u bovenaan de donorlijst te staan zo niet, dan vindt u het niet belangrijk en staat u onderaan.
Om de zaal met jonge partijleden te prikkelen heb ik met de volgende stelling de knuppel in het hoenderhok gegooid: ‘De opeenvolgende kabinetten Rutte en dus óók Rutte III ontbeerden en ontberen visie voor jullie toekomst’. Tot mijn verbazing waren de aanstormende politieke talenten het hier volledig mee eens. Zij maakten de vergelijking met de Brexit: de ouderen willen uit de EU terwijl de jongeren hier massaal tegen zijn, zij willen helemaal niet terug naar het ‘oude’ Verenigd Koninkrijk. Jongeren hebben nog een heel leven voor zich. Ze zijn nog niet bezig met het ‘hier en nu pluche’ maar maken zich zorgen over hun toekomst: hoe kunnen we het continent Europa veilig en welvaartsbestendig houden.
Mijn conclusie tijdens de bijeenkomst in Groningen was dan ook: jullie zijn de toekomst, jullie moeten er voor zorgen dat jullie politieke partijen een toekomstvisie opstellen. Regeren is vooruitzien. Een toekomstvisie is geen olifant die het zicht belemmert (uitspraak premier Rutte). Het wordt tijd dat de olifant het zicht niet meer belemmert. Loop om de olifant heen of kijk onder/boven de olifant langs. Kijk verder dan je neus lang is en stel een visie op die ervoor zorgdraagt dat óók onze kinderen en kleinkinderen een mooie toekomst hebben in ons land dan wel op het Europese continent.