Niet alleen de vakcentrales hebben de wens voor een fonds omarmd. Ook in politiek Nederland blijken er voorstanders te zijn: het CDA heeft in haar verkiezingsprogramma namelijk opgenomen dat het een Nationaal Fonds Ereschuld wil voor alle militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens hun missies in het buitenland.
Naast het CDA hebben de Kamerleden Eijsink (PVDA) en Teeven (VVD) op 29 juni vorig jaar een (aangenomen) motie ingediend waarin zij de regering verzoekt ‘te onderzoeken hoe de nog te verwachten aanvullende schadeclaims van veteranen anders dan uit de defensiebegroting bekostigd kunnen worden’.
Op 27 januari jl. stuurde minister Hennis een brief naar de Tweede Kamer waarin zij schreef dat vanwege interdepartementale afstemming meer tijd nodig is dan voorzien. Zij beloofde voor 14 februari jl. de Kamer te kunnen aangeven of toekomstige schadeclaims niet meer vanuit de defensiebegroting zouden worden bekostigd. Op 13 februari jl. moest de minister de Kamer echter per brief melden dat ze ook niet voor 14 februari jl. uitsluitsel kon geven. Met andere woorden: in deze kabinetsperiode gebeurt er dus niets met de aangenomen motie.
Helaas verbaast mij dit niet. Minister Plasterk heeft nooit formeel gereageerd op het voorstel van de Centrales om samen met hem te bezien of er een Nationaal Fonds Beroepsziekten kan worden opgericht. Informeel hebben we te horen gekregen dat andere departementen hier niets in zien. En dit is vanuit het standpunt van deze departementen, met uitzondering van V & J, wel te begrijpen. Zij hebben voornamelijk ambtenaren die achter bureaus zitten. De kans dat je daardoor getraumatiseerd of gehandicapt raakt is niet zo groot. Waarom zouden zij hier dan wel aan mee moeten betalen?
En zo blijven de zorgen, zoals minister Hennis-Plasschaert die op 20 juni vorig jaar uitte, over de hoge kosten die gemoeid zijn met het toekennen van compensatie aan veteranen, bestaan. Huidige claims passen volgens de minister nog wel binnen de defensiebegroting. ‘Maar’, verklaarde zij vorig jaar, ‘als dit, met de hoeveelheid van uitspraken en gevolgen daarvan, een nog grotere belasting wordt dan het al is, zie ik niet waar ik het vandaan moet halen’.
Eén ding is ondertussen zeker: niet bij andere departementen want daar zijn de topambtenaren, die veilig achter hun bureaus zitten, met steun van hun ministers, van mening dat frontlinie ambtenaren niet op interdepartementale solidariteit hoeven te rekenen. Oftewel ‘eigen schuld, dikke bult, het is je eigen keuze om niet veilig achter een bureau te gaan zitten’. Wat deze bureauambtenaren zich echter niet realiseren is dat als militairen, agenten enz. allemaal veilig achter een bureau gaan zitten dat het dan gedaan is met de veiligheid van Nederland. Het gebrek aan interdepartementale solidariteit en inlevingsvermogen begint dan ook een steeds groter gevaar te worden voor onze samenleving.