Afgelopen weekend vertrok Zr.Ms. Evertsen, om samen met bondgenoten een uitdagende reis naar het verre oosten te maken. En ook de Evertsen zal een groot deel van het politieke spectrum afdekken tijdens de reis. Ook bijvoorbeeld door het internationale zeerecht te waarborgen. Daarvoor zal zij, samen met de Engelse en Amerikaanse schepen, door de Zuid-Chinese zee varen, om de onrechtmatige claims van China in het gebied tegen te gaan. Een duidelijk politiek signaal. Een ander politiek signaal is dat de Evertsen niet door de straat van Taiwan, tussen Taiwan en het Chinese vasteland, zal varen. Hoewel deze straat zeer breed is en er gewoon sprake is van internationale wateren, heeft Nederland ervoor gekozen een andere route te nemen, om onnodige provocaties te voorkomen. En dat geeft voor de officier van de wacht op de brug ook wat rust, in ’95 lagen er zo veel vissersschepen in die straat dat je bijna van Taiwan naar China kon lopen. Het is goed dat Nederland deelneemt aan deze reis. Sowieso is het goed om te kunnen varen als je bij de marine zit, daar zijn ze voor. Daarnaast is het een signaal naar onze bondgenoten dat wij bereid zijn om een bijdrage te leveren in internationaal verband. Ook biedt het de gelegenheid om te laten zien wat de Nederlandse industrie kan leveren én dragen we bij aan het handhaven van de Internationale Rechtsorde.
Wrang is het dan om in dezelfde week op televisie een rapportage over Zr.Ms. Johan de Witt te zien. Dat schip gaat eerder tegen de kant vanwege personeelsgebrek. Voor haar was Zr.Ms. Van Speijk hetzelfde lot beschoren. En eerder is Zr.Ms. Urk uit de vaart genomen omdat er niet voldoende geld was voor de exploitatie en moesten de mariniers flink snijden in hun oefenprogramma vanwege dezelfde reden, namelijk geldgebrek. Al deze eenheden hadden kunnen bijdragen aan het behartigen van de belangen van Nederland, overigens net als eenheden van de andere krijgsmachtdelen dat kunnen doen. En dan niet alleen de belangen op korte termijn, maar juist ook op de lange(re) termijn, door te laten zien wat we kunnen, dat we een bijdrage willen leveren en dat Nederland een betrouwbare bondgenoot is. Maar daarvoor moeten de eenheden wel inzetbaar zijn en daarvoor is ander en beter beleid benodigd. Beleid met visie, met stabiliteit en met voldoende financiële middelen. Want daarmee krijg je en behoud je het belangrijkste dat je nodig hebt; gemotiveerd en gekwalificeerd personeel. Dan hoef je geen eenheden tegen de kant te leggen en kun je de marine, en de andere krijgsmachtdelen, laten doen waar ze voor zijn: het behartigen van de Nederlandse belangen, waar ook ter wereld. In vrede en crisis, in spannende en minder spannende tijden. Want het mag ook leuk zijn. Zo’n reis als van de Evertsen is een enorme motivator. Dus zorg voor goed beleid, zodat we veel vaker tegen vertrekkende schepen kunnen zeggen: Fair Winds and Following Seas.